Natuurvisie

Het natuurbeleid van de provincie Utrecht is vanwege de invoering van de Wet Natuurbescherming (Wnb) in 2017 aangevuld. Met deze wet heeft de provincie nieuwe verantwoordelijkheden (zie artikel 1.12 lid 3 Wet Natuurbescherming) bevoegdheden en taken gekregen onder andere voor de bescherming, instandhouding of herstel van biotopen enĀ  leefgebieden van planten en dieren. Op 12 december 2016 hebben Provinciale Staten van Utrecht daarom de Natuurvisie vastgesteld tegelijk met het Beleidskader, de Verordening Natuur en landschap en de Beleidsregels natuur en landschap.

De provincie streeft naar een natuur die vitaal is; we willen een robuust netwerk van voldoende schaal en veerkracht, met aaneengesloten gebieden die van hoge kwaliteit zijn en tegen een stootje kunnen. Het NNN vormt de basis hiervan. We werken deze ambitie uit door te kiezen voor het ontwikkelen, beschermen en verbinden van natuurgebieden van voldoende omvang en samenhang (pijler 1) waarvan de kwaliteit op orde is (pijler 2). Meer dan in het eerdere natuurbeleid van de provincie Utrecht is daarbij aandacht voor de soorten die met het realiseren van deze natuurgebieden bedient worden. Deze focus is ingegeven door de nadruk die de Wnb legt op behoud en versterking van de biodiversiteit en de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de provincies om daarvoor maatregelen te treffen (artikel 1.12 Wnb).

De provincie vindt tevens dat natuur beleefbaar moet zijn. Mensen gedijen bij de aanwezigheid van natuur in hun directe omgeving en moeten de mogelijkheid hebben om in de natuur te verblijven en ervan te genieten. De natuur heeft naast intrinsieke waarde namelijk ook waarde als welzijns- en gezondheidsfactor voor de mens. Aan deze ambitie geven we invulling door een natuurbeleid na te streven dat dichter bij de samenleving ligt, met de nadruk op het vergroten van de belevingswaarde en het betrekken van partijen (pijler 3).

Daarnaast is de provincie van mening dat natuur ook economisch zeer waardevol is vanwege de diensten die ze ons levert. Voorbeelden zijn het zuiveren van water en lucht, het bieden van rust en koelte in het stedelijk gebied en bescherming tegen bijvoorbeeld hoogwater of bodemdaling. Natuur is functioneel, en is vanuit deze functies van waarde voor de mens. Het is de provinciale ambitie om dit inzicht in te zetten om nieuwe manieren te vinden om het natuurbeleid duurzaam te financieren. Op die manier willen we natuur en economie met elkaar te verbinden. Dat vereist tevens dat de natuur op een duurzame manier benut wordt (pijler 4).

Tenslotte komen belangrijke natuurwaarden in onze provincie ook op plekken voor waar de focus niet primair op natuur ligt, bijvoorbeeld in het stedelijk en agrarisch gebied. Op deze plekken zijn andere functies dominant en heeft de natuur zich aangepast aan haar omgeving. Hier is het onze ambitie om de aanwezige natuurwaarden te behouden en waar mogelijk te versterken zonder dat andere functies daar onevenredige belemmering van ondervinden. Daartoe zorgen we voor een goede afweging tussen het toestaan van ingrepen enerzijds en het belang van de natuur anderzijds (pijler 5). Ook besteden we aandacht aan de kwaliteit van de stedelijke en agrarische natuur (pijler 2).

Met de komst van de Wnb is er een duidelijke verwijzing dat natuur- en landschapwaarden vooral ook via het planologisch instrumentarium moeten worden beschermd. Naast de Wnb heeft het planologisch instrumentarium vooral ook een belangrijke rol bij de bescherming van de waarden van die gebieden die niet vallen binnen het Europese kader (de Natura 2000-gebieden), maar wel deel uitmaken van het op grond van Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (“Barro”) en artikel 1.12, lid 2 Wnb, planologisch begrensde en beschermde NNN. In de toelichting bij de Wnb verwijst de wetgever voor de bescherming van natuurschoonwaarden, waaronder landschappelijke waarden, en van natuurwetenschappelijke waarden uitdrukkelijk naar de instrumenten uit de Wet ruimtelijke ordening (Kamerstukken II 2011-2012, 33 348, nr. 3 bij de Wnb).

Voor de Natura 2000 gebieden geldt bovendien dat het bevoegd gezag rekening dient te houden met de effecten van dat plan voor Natura 2000-gebieden. Wanneer significante effecten op de instandhoudingdoelstellingen van een Natura 2000-gebied niet kunnen worden uitgesloten, moet het bevoegd gezag een passende beoordeling opstellen.  In dat geval mag het bestemmingsplan enkel worden vastgesteld als uit de passende beoordeling zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (artikel 2.7 Wnb).
Meer informatie:

 NNN natuur

foto: Chris van Rijswijk

Naar boven