Introductie

Deze NNN-wijzer maakt u wegwijs in de provinciale regels voor ruimtelijke ontwikkelingen in het NNN (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur). De wijzer helpt u de juiste vragen te stellen en biedt ondersteuning als maatwerk nodig is. Hoofdlijn is daarbij dat nieuwe ontwikkelingen in het NNN per saldo niet mogen leiden tot significante aantasting van het NNN, tenzij er een groot openbaar belang is én alternatieven ontbreken (Nee tenzijNieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met significante negatieve natuurgevolgen in het Natuurnetwerk Nederland zijn niet toegestaan (‘nee’), tenzij groot openbaar belang en het ontbreken van alternatieven aangetoond is. Het Nee tenzij komt uit het rijksbeleid en is uitgewerkt in de Utrechtse Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) en Verordening (PRV). Deze NNN-wijzer licht dit regime toe.).

Doel van de NNN-wijzer

Het Utrechtse NNN-beleid is vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS). In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) zijn de regels opgenomen waaraan ruimtelijke plannen van gemeenten moeten voldoen. Voor niet-ingewijden is dit ingewikkelde materie. Daarom lichten we het beleid toe in een aantal overzichtelijke onderdelen. Hiermee willen we gemeentelijke RO-medewerkers, ecologisch adviseurs én mensen die iets willen ontwikkelen in de NNN, zoveel mogelijk informatie aanreiken. Informatie die hen helpt plannen te ontwikkelen en te beoordelen. De gemeente is daarbij verantwoordelijk voor het ruimtelijk plan. Alleen in speciale gevallen bemoeit de provincie zich met de planontwikkeling. Benader met vragen dus altijd als eerste de gemeente.

Let op: de NNN-wijzer is gebaseerd op de geldende PRS en PRV, namelijk de PRS 2013-2018 (herijking 2016) en de PRV 2013 (herijking 2016). De PRV is bindend voor gemeenten. De NNN-wijzer is een hulpmiddel.

De provinciale rol en de rol van de gemeente

De NNN is als provinciaal belang vastgelegd in PRS en PRV. Volgens de PRV moet de gemeente in het ruimtelijk plan (meestal het bestemmingsplan) de NNN beschermen, in stand houden en ontwikkelen. Dit gebeurt dan via de regels en de verbeelding. In de ruimtelijke onderbouwing (Toelichting van dit ruimtelijk plan) moet de gemeente beschrijven hoe aan deze verplichting is voldaan. De provincie gebruikt haar bevoegdheden op grond van de Wet Ruimtelijke Ordening (wro) om het provinciaal belang te beschermen. De provincie beoordeelt in de formele procedure van voorontwerp, ontwerp en vastgesteld plan of hieraan voldaan is. Is dit niet het geval, dan heeft de provincie een aantal middelen om de gemeenteraad te corrigeren. Zo kan de provincie een zienswijze op het ontwerpplan indienen of met proactieve en reactieve aanwijzingen komen. Ook kan de provincie een vervangend provinciaal inpassingsplan opstellen.

Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor het ruimtelijk plan en dat zij daarbij verplicht is de PRV toe te passen. De gemeente kan de provincie benaderen met specifieke vragen over de toepassing van de PRV. De gemeente kan in sommige gevallen aanvullende kennis nodig hebben. Daarom kan de gemeente in bijzondere gevallen nog voordat zij tot een oordeel is gekomen de provincie om advies vragen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een principeverzoek.

Let op: Op het moment dat er sprake is van een initiatief tot een ruimtelijke ontwikkeling binnen het NNN, is het verstandig om in een zo vroeg mogelijk stadium de uitgangspunten (in ieder geval op hoofdlijnen) te toetsen en de randvoorwaarden mee te nemen in de planontwikkeling. Hier kan de oriëntatie voor worden benut. Indien een ruimtelijke kader voor een project wordt opgesteld dan dient het belang NNN vanuit de PRV (artikel 2.4) naast de andere kaders te worden meegenomen.

Let op: Per 1 januari is de gemeente Vijfheerenlanden onderdeel geworden van de provincie Utrecht. Voor toetsing van bestemmingsplannen en buitenplanse omgevingsvergunningen dient vooralsnog uit gegaan te worden van de provinciale verordening van Zuid-Holland.

 
Wijk bij Duurstede

foto: Jelger Herder.