Inleiding

Dit onderdeel is een hulpmiddel om vast te stellen hoe de borging van het door de gemeente geaccepteerde plan opgenomen moet worden in het bestemmingsplan of de buitenplanse omgevingsvergunning. Het is vooral van belang voor gemeentelijke RO-medewerkers en (stedenbouwkundige) adviesbureaus.
U kunt het stroomschema links ook opslaan als pdf (52KB).

Een essentieel onderdeel bij het doorlopen van het planproces is de borging van de maatregelen die nodig zijn om effecten op de NNN te mitigeren en zonodig te compenseren. Zoals ook in artikel 2.4 lid b3 is aangegeven dient de realisatie van de compensatie, het beheer en de instandhouding daarvan te zijn verzekerd op het moment van vaststelling van het ruimtelijk besluit, waarin de aantastende ruimtelijke ingreep mogelijk wordt gemaakt (zie PRV artikel 2.4 b 3). Deze zekerstelling/borging geldt zeker ook voor de mitigerende maatregelen die vooraf gaan aan de evt. compensatie (zie PRV 3b). Indien door het toepassen van het instrumentarium plussen en minnen, saldobenadering significante effecten op de NNN worden voorkomen dan dient er voor gezorgd te worden dat deze “plussen” ruimtelijk zijn geborgd en daadwerkelijk worden uitgevoerd.

De plussen kunnen bestaan uit zowel ruimtelijke maatregelen (nieuwe natuur) als overige maatregelen (denk bijvoorbeeld aan faunapassages). Compensatie bestaat eigenlijk altijd uit een ruimtelijke maatregel (nieuwe natuur met een bepaalde kwaliteit). In alle gevallen gaat het om fysieke maatregelen.
De borging moet zijn verzekerd op het moment van het ruimtelijk besluit dat het initiatief mogelijk maakt. Deze zekerstelling start bij een juiste (passieve) borging in het bestemmingsplan of de (buitenplanse) omgevingsvergunning. Bij deze passieve borging wordt voorkomen dat er ontwikkelingen plaatsvinden die strijdig zijn met natuurbelangen op de betreffende percelen.

Om te kunnen garanderen dat de maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd en de afgesproken kwaliteit wordt bereikt zijn aanvullende afspraken nodig (actieve borging), door middel van voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan en (privaatrechtelijke) overeenkomsten  tussen de betrokken partijen. Tot slot is verankering in het ruimtelijk beleid van de provincie noodzakelijke stap.

Borgingsinstrumenten

Als een initiatief effect heeft op het NNN, vereist dit aandacht in het planproces. De benodigde bescherming, plussen en minnen en/of compensatie moeten zeker gesteld worden. Ook als het ecologisch onderzoek heeft vastgesteld dat er geen significante aantasting is, zal het bestemmingsplan zo opgesteld moeten worden dat er op termijn geen (binnenplanse) veranderingen toegestaan kunnen worden die het NNN alsnog significant aan zal tasten. Borging dient plaats te vinden in:

  • Bestemmingsplan (regels en verbeelding) of Buitenplanse omgevingsvergunning
  • Bestemmingsplan/omgevingsvergunning: voorwaardelijke verplichting

Indien dit onvoldoende borging biedt kan dit worden aangevuld met:

  • Overeenkomst tussen initiatiefnemer, gemeente en eventueel provincie
  • Vastleggen kwalitatieve verplichting

De wijze waarop geborgd kan worden hangt af van:

  • de locatie waar maatregelen nodig zijn (binnen of buiten het plangebied/binnen dezelfde gemeente of niet);
  • het moment waarop de maatregelen worden uitgevoerd;
  • de aard van de maatregelen;
  • de wijze waarop en door wie (bijvoorbeeld door de initiatiefnemer/terreineigenaar) de compensatie en de plussen gaan worden uitgevoerd.

Compensatie kan alleen door inrichting van nieuwe natuur elders plaatsvinden (zie toelichting PRV artikel 2.4 derde lid). Financiële compensatie, in de zin dat een bedrag wordt vastgelegd om de compensatie te kunnen realiseren, is een middel om de compensatie op een later tijdstip of door een andere partij of grondeigenaar te realiseren. Verzekerd moet zijn, dat er uiteindelijk altijd fysieke compensatie wordt gerealiseerd; het afkopen van de compensatie is niet mogelijk.


Naar boven

Bestemmingsplan

Voor elk bestemmingsplan of buitenplanse omgevingsvergunning voor een NNN-gebied moet nagegaan worden hoe de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN beschermd kunnen worden in de Verbeelding en Regels. In beginsel is in het geldende bestemmingsplan aan passieve borging gedaan en moet bij deze vraag vooral nagegaan worden wat er vanwege de voorgenomen verandering aanvullend geborgd moet worden.

In de bestemmingen en regels zullen de natuurplussen en de compensatie moeten worden beschermd tegen andere ontwikkelingen. Dit kan door een bijvoorbeeld een bestemming Natuur met passende regels voor de betreffende locatie op te nemen, waarbij negatieve effecten op de toekomstige gewenste natuur op voorhand onmogelijk worden gemaakt. Hierbij dient rekening gehouden te worden met (binnenplanse) veranderingen (wijzigingsbevoegdheden) die alsnog tot een (significante aantasting) kunnen leiden. Ook de bestemming en regels van de naastgelegen gronden mogen niet leiden tot aantasting van de benoemde plussen en\of compensatie. Het kan nodig/gewenst zijn het plangebied uit te breiden zodat ook de plus of de compensatie binnen hetzelfde plangebied komt.

Tijdens het planproces is het belangrijk om in een vroeg stadium te controleren  op welke wijze het ontwerp wordt vastgelegd in het bestemmingsplan zodat rekening gehouden wordt met borging. Denk bij deze check onder andere aan:

  • voorwaarden in de Regels aan en beperken van bouw- en gebruiksmogelijkheden;
  • beperken van het bestemmingsvlak in de Verbeelding tot dat deel van het terrein dat nodig is voor de niet-natuurfunctie;
  • beperken van andere functies in de Regels tot dat wat nodig is voor de niet-natuurfunctie
  • het beperken van bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen een bestemmingsplan, waardoor het een plus oplevert voor de het NNN (instrument Plussen en minnen).
  • Voorwaardelijke verplichting

 ELST

Naar boven

Voorwaardelijke verplichting/Verplichte voorwaarden

De uitvoering van (plus) maatregelen en compensatie worden in het bestemmingsplan geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting (‘de woning mag pas bewoond worden als de nieuwe natuur ingericht is’ bijvoorbeeld) of een verplichting tot het uitvoeren binnen een bepaalde termijn. Bij voorkeur is deze verplichting gekoppeld aan een gedetailleerd uitgewerkt inrichtingsplan.

Buiten de (bestemmings) plangrens
Plussen voor natuur vinden in principe in de directe nabijheid van het plangebied plaats. In eerste instantie kan worden bekeken of er mogelijkheden zijn om het plangebied te vergroten. Hierdoor komen de initiatieflocatie en de locatie waar maatregelen nodig zijn, in hetzelfde (bestemmings-) plangebied te liggen. Eén plangebied kan overigens uit meerdere locaties bestaan en hoeven niet aan elkaar te grenzen en het plangebied kan in verschillende gemeenten liggen. Als de initiatieflocatie en de locatie waar maatregelen nodig zijn, in meer dan één gemeente liggen, is het lastig om via het bestemmingsplan te borgen. Soms kan een provinciaal inpassingsplan een oplossing zijn. In de beide gekoppelde plannen moet dan in de regels wel geregeld zijn dat, als het ene plan niet of afwijkend in werking treedt, de aantasting van het NNN ook niet mag plaatsvinden. Compensatielocaties kunnen ook buiten het plangebied liggen. In dat geval zal er een aparte bestemmingsplan/buitenplanse omgevingsvergunning procedure moeten volgen.

Meer over het bestemmingsplan

Naar boven

Buitenplanse omgevingsvergunning

De (buitenplanse) omgevingsvergunning wordt vaak toegepast bij minder omvangrijke initiatieven.

Een buitenplanse omgevingsvergunning is nodig om initiatieven mogelijk te maken die niet in het bestemmingsplan passen. De gemeente kan deze vergunning afgeven zonder eerst het  bestemmingsplan aan te passen. Afhankelijk van de omvang van het project is een reguliere of uitgebreide procedure nodig. De Wabo en het Bor noemen de voorwaarden voor het afgeven van een omgevingsvergunning. Hierin staat ook duidelijk aangegeven wanneer je welke procedure moet gebruiken.

Elk besluit om een buitenplanse omgevingsvergunning te verlenen voor initiatief dat niet in het bestemmingsplan staat, moet volgens de Wro voldoen aan een goede ruimtelijke ordening en moet uitvoerbaar zijn. Verder moet bij elk besluit goed zijn aangegeven welke afwegingen zijn gemaakt en hoe mogelijke effecten op de omgeving worden ingepast of gecompenseerd.

Ook in een buitenplanse omgevingsvergunning moet de plusmaatregelen en compensatie goed worden geborgd. Ook bij de omgevingsvergunning kan een voorwaardelijke verplichting worden toegevoegd. Verder gelden grotendeels dezelfde eisen als bij een bestemmingsplanwijziging.

Afwijken binnen de omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning kan extra ruimte geven om af te wijken van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld een 10 %-afwijkingsregeling voor bouwmassa of kleine afwijkingen voor de ligging van het initiatief. De afwijkingsmogelijkheid geldt alleen als de afwijkingen strijdig zijn met het bestemmingsplan. Ze biedt dus niet de mogelijkheid om af te wijken van de omgevingsvergunning zelf.

Is het wenselijk dat in het bouwplan waarvoor de vergunning wordt afgegeven gebruik wordt gemaakt van deze afwijkingsmogelijkheid? Dan moet er opnieuw een vergunning aangevraagd worden. Er is dan niet weer een aparte, tijdrovende procedure nodig. Wel is bij het besluit om af te wijken een zorgvuldige belangenafweging noodzakelijk. In principe heeft deze afweging al plaatsgevonden in het oorspronkelijke besluit voor afwijking van het bestemmingsplan, maar er kunnen veranderende omstandigheden zijn die leiden tot een andere afweging. Het bevoegd gezag moet dit zorgvuldig motiveren.

NNN natuur

Overeenkomst

In een overeenkomst (privaatrechtelijk of anterieur) spreken twee of meer contractpartijen met elkaar af welke, in dit geval fysieke, maatregelen op welke wijze uitgevoerd worden. In sommige gevallen is deze privaatrechtelijke borging noodzakelijk, omdat publiekrechtelijke borging niet mogelijk is. Denk aan de wijze van uitvoering en beheer en aan ingrepen buiten het plangebied. Het is daarbij belangrijk om afspraken concreet en objectiveerbaar vast te leggen.

Algemene uitgangspunten voor een overeenkomst

  • Bij privaatrechtelijke overeenkomsten is het nodig om te controleren of de contractpartij wel kan beschikken over gronden en opstallen. En ook of deze partij bevoegd is om afspraken te maken en deze kan waarmaken.
  • De overeenkomst moet goede kettingbedingen bevatten, moet de eindigheid aangeven en moet bepalingen bevatten over wat te doen bij geschillen.
  • De overeenkomst moet voorwaarden bevatten die noodzakelijk zijn om het ruimtelijk initiatief goed te borgen. Voorwaarden die geen verband houden met het initiatief, horen niet in de overeenkomst thuis. Dit om misbruik van de gemeentelijke of provinciale bevoegdheid te voorkomen.
  • De overeenkomsten moeten voldoen aan de algemene beginselen voor behoorlijk bestuur.
  • Derden kunnen de inhoud van de overeenkomst niet beïnvloeden en alleen de contracterende partijen zijn eraan gebonden.
  • Als een contractpartij failliet gaat, ontstaat het risico dat afspraken niet nagekomen worden. De curator kan dan namelijk een kettingbeding opheffen.
  • Er moet minimaal een zakelijke weergave van de overeenkomst worden toegevoegd aan de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan.
Naar boven

Kwalitatieve verplichting

Een mogelijkheid voor het borgen van ruimtelijke maatregelen is het afsluiten van een Kwalitatieve Verplichting. Dit is een instrument dat ik het kader van de SNL subsidies wordt ingezet bij het omvormen van natuur. Plussen of compensatie komen in eerste instantie niet in aanmerking voor subsidieverlening maar een KV kan wel voorkomen dat gronden voor andere doeleinden worden gebruikt als natuur. De KV wordt aangesloten tussen de initiatiefnemer en de provincie. Deze KV houdt in dat de eigenaar/beheerder de gronden niet langer mag gebruiken ten behoeve van de landbouw, al datgene dient na te laten wat de ontwikkeling en instandhouding van de afgesproken beheertypen belemmert, in gevaar brengt of verstoort, en de gronden niet voor andere doeleinden mag gebruiken dan voor de ontwikkeling en instandhouding van de afgesproken beheertypen. De KV geldt ook voor volgende eigenaren van de gronden (verkrijgers onder bijzondere en algemene titel). De provincie ziet er op toe dat de KV door (opeenvolgende) eigenaren wordt nageleefd door het uitvoeren van veldcontroles.

NNN natuur

Meer over het bestemmingsplan

  • Voorwaardelijke verplichting

    De gemeente kan een voorwaardelijke verplichtingDit is een regel in het bestemmingsplan waarmee bijvoorbeeld wordt bepaald dat een nieuwe functie wel is toegestaan, maar alleen als óók de benodigde maatregelen worden getroffen. in het bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. opnemen. Het gebruik hiervan is verplicht als compensatie of mitigatie uit ruimtelijk oogpunt noodzakelijk is en er belangen van derden in het geding zijn. Dat laatste is bij NNN-gerelateerde projecten eigenlijk altijd het geval. Want als bepaalde werkzaamheden via een private overeenkomst waren geregeld, dan is een derde partij doorgaans niet betrokken. Deze derde partij kan dan namelijk niet controleren of de toepassingsvoorwaarden worden nageleefd kan deze ook niet publiekrechtelijk afdwingen.

    Omdat de voorwaardelijke verplichting transparant is, is het ook aan te bevelen het instrument in te zetten voor een niet-verplichte toepassing.

    De voorwaardelijke verplichting is een Ja mits-regeling en bestaat uit drie onderdelen:

    1. Iets mag ‘(ja’)
      Het initiatief mag worden uitgevoerd. Er mag worden gebouwd of aangelegd, een (bestaand) gebouw mag in gebruik genomen worden, gronden mogen in gebruik genomen worden en veranderd (opgehoogd, afgegraven, verhard).
    2. Iets moet (‘mits’)

      Is compensatie of mitigatie of plussen of beperken vanuit een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk? Dan moet dit publiekrechtelijk geborgd worden. Het kan hierbij gaan om maatregelen als planten, aanleggen, herinrichten en slopen.

      Als de voorwaardelijke verplichting stelt dat er een fysieke activiteit noodzakelijk is, dan moet de kwantiteit, kwaliteit en locatie hiervan duidelijk omschreven zijn als het bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. wordt vastgesteld. Bijvoorbeeld in:

      • een inrichtingsplan;
      • een landschapsplan;
      • een stedenbouwkundig schetsontwerp.

      De vorm waarin de activiteit omschreven wordt, is niet belangrijk. Als de kwantiteit, kwaliteit en locatie maar duidelijk omschreven zijn, is de verplichting goed af te dwingen. De gemeente heeft uitvoeringsvrijheid, maar dit vraagt wel om zorgvuldigheid.

    3. ‘Ja’ en ‘mits’ koppelen in de tijd

      Om te borgen dat iets wat moet (de ‘mits’) ook echt wordt gerealiseerd, is het nodig om deze ‘mits’ in de tijd te koppelen aan dat wat mag (de ‘ja’). De koppeling is op verschillende manieren te leggen:

      • Iets moet <periode> verricht zijn voordat iets mag.
      • Iets moet verricht zijn voordat er een vergunning verkregen kan worden.
      • Iets moet verricht zijn voordat iets mag worden gebruikt.
      • Iets moet <na periode> verricht zijn nadat een vergunning is aangevraagd of verleend.
      • Iets moet <periode> na een andere activiteit zijn afgerond.

    Ook de datum waarop het bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. wordt vastgesteld of in werking treedt, is te gebruiken als middel om ervoor te zorgen dat de verplichte activiteit ook echt wordt gerealiseerd. Een ander middel is om te bepalen dat het bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. te herroepen is zolang de verplichting niet is gerealiseerd.

    Waar is de voorwaardelijke verplichting op te nemen?

    Voorwaardelijke verplichtingen kunnen in de bestemmingsartikelen of onder de algemene gebruiksregels opgenomen worden. Dat laatste is aan te bevelen als er meerderde voorwaardelijke verplichtingen in één bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. zijn of als de verplichting in een andere bestemming is opgenomen als ‘geboden ontwikkelrechten’. Door in het bestemmingsartikel te verwijzen naar de voorwaardelijke verplichtingen, is deze goed vindbaar.

    Zorg dat de voorwaardelijke verplichting goed vindbaar is op de digitale verbeelding. Neem hiervoor bijvoorbeeld een specifieke aanduiding op.

    Instandhoudingsverplichting

    Het doel van een voorwaardelijke verplichting is dat een ruimtelijke inrichting stand houdt. Daarom is een het aan te bevelen een instandhoudingsverplichting op te nemen in de voorwaardelijke verplichting. Dit is niet te verwarren met onderhoud: de wijze waarop onderhoud plaatsvindt, is namelijk niet ruimtelijk relevant zolang de beoogde kwaliteit maar in stand blijft. Desgewenst is de wijze van onderhoud te regelen in een private overeenkomst.

    Afwijkingsbepaling voor flexibiliteit

    Het is te overwegen een afwijkingsbepaling op te nemen waarin het mogelijk is af te wijken van de termijn waarop de verplichting moet zijn uitgevoerd. Als inrichtingsplannen bijvoorbeeld één-voor-één zijn opgenomen als voorwaardelijke verplichting, kan dit voor ongewenste inflexibiliteit zorgen. De afwijkingsbepaling zorgt dan voor de gewenste flexibiliteit.

    Geen oneigenlijk gebruik

    De voorwaardelijke verplichting mag niet verkapt worden gebruikt om een financiële bijdrage of investering te eisen voor iets wat niet met het plan te maken heeft. De ruimtelijke relevantie en noodzaak moeten aangetoond zijn.

  • Bestemming wijzigen

    Volgens de Wro kan het bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. een wijzigingsbevoegdheid bevatten. Het college van B&W mag dan een bestemming wijzigen via een wijzigingsplan. Net als een ‘gewoon’ bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. bestaat ook het wijzigingsplan uit een toelichting, regels en een verbeelding. Het moet ook voldoen aan alle eisen die de Wro stelt aan een bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen.. Elk initiatief moet aan de wijzigingsregels én het op dat moment geldende (provinciaal) beleid en recht getoetst worden. Wijzigen is een bevoegdheid, geen verplichting.

    Eisen aan wijzigingsmogelijkheid

    De gemeente moet bij het opnemen van een wijzigingsmogelijkheid aantonen dat de deze:

    • voldoet aan een goede ruimtelijke ordening;
    • uitvoerbaar is.

    Is de wijzigingsbevoegheid te algemeen geformuleerd, dan is moeilijk aan te geven of de wijziging binnen het NNN ook uitvoerbaar is. Het is dan te verwachten dat bij maximale benutting sprake is van significante aantasting. Omdat niet precies duidelijk is hoe de regeling er te zijner tijd exact uitziet en omdat er nog een publiekrechtelijk besluit nodig is, volstaat een relatief abstracte toets aan de goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaarheid.

    Bij een wijziging spelen borgingsvragen een rol die ook van toepassing zijn als een bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. wordt herzien. Het is dan aan te bevelen - en soms verplicht - om een voorwaardelijke verplichting op te nemen in het bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen.. Ook een overeenkomst of een exploitatieplan zijn mogelijkheden om de wijziging te borgen.

    Effecten op NNN

    Eventuele wijzigingen kunnen ook effect hebben op het NNN. Daarom moeten ze ook meegewogen worden in de beoordeling van deze effecten. Maximale benutting is daarbij het uitgangspunt.

  • Bestemming uitwerken

    Een bestemming uitwerken lijkt veel op een bestemming wijzigen. Het verschil is dat het verplicht is om een bestemming uit te werken als deze bestemming voldoet aan de uitwerkingsregels zoals die in het bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. zijn opgenomen. Omdat deze toepassing minder geschikt is voor ontwikkelingen binnen het NNN, lichten we het niet verder toe.

  • Afwijken van bestemmingsplan

    Een bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. kan afwijkingsmogelijkheden bevatten. Het college van B&W kan dan afwijken van de bepalingen in het plan. Er moet dan wel altijd een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Is er een maatregel nodig om de afwijking mogelijk te maken, dan moet in het bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. en de omgevingsvergunning ook de borging hiervan zijn geregeld.

    Effecten op NNN

    Eventuele afwijkingsbesluiten kunnen ook effect hebben op het NNN. Daarom moeten ze ook meegewogen worden in de beoordeling van deze effecten. Maximale benutting is daarbij het uitgangspunt.

  • Nadere eisen opnemen

    De gemeente kan nadere eisen opnemen in het bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen.. Denk aan eisen ten aanzien van de plaats en de afmeting van gebouwen. Dit middel kan een goede aanvulling zijn op andere middelen om de natuurwaarden in het NNN te beschermen. In de praktijk wordt er zelden gebruik van gemaakt.

  • Tijdelijk bestemmen

    De gemeente kan volgens de Wro een tijdelijke bestemming opnemen in een bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen.. De nieuwe bestemming komt daar voor ‘in de plaats’ nadat de aangegeven termijn is afgelopen. Zowel de nieuwe als de andere bestemming, met bijbehorende gebruiks-, bouw- en aanlegregels, moeten ook in het bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. te lezen zijn.

    De termijn kan gekoppeld zijn aan de vaststelling van het bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen.. Het is ook mogelijk de termijn aan andere momenten te koppelen. Deze momenten moeten dan wel concreet zijn. In de tijdelijke bestemming én in de latere bestemming kunnen alle mogelijk instrumenten zijn opgenomen, zoals de voorwaardelijke verplichting.

    Tijdelijk bestemmen is interessant voor transitielocaties, bijvoorbeeld om bedrijven uit (toekomstige) natuurgebieden te verplaatsen.

    NNN natuur

Naar boven

Buitenplanse omgevingsvergunning

Een buitenplanse omgevingsvergunning is nodig om initiatieven mogelijk te maken die niet in het bestemmingsplanBestemmingsplannen zijn gemeentelijke plannen, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden op perceelniveau worden vastgelegd. De bestemmingsplannen zijn juridisch bindend voor private en publieke partijen. passen. De gemeente kan deze vergunning afgeven zonder eerst het bestemmingsplan aan te passen. Afhankelijk van de omvang van het project is een reguliere of uitgebreide procedure nodig. De WaboWet algemene bepalingen omgevingsrecht. Met de Wabo wordt mogelijk gemaakt dat voor onderdelen van een project met één omgevingsvergunning toestemming kan worden verkregen voor realisatie.
Zie ook: wetten.overheid.nl.
en het BorBesluit omgevingsrecht
Zie ook: wetten.overheid.nl.
noemen de voorwaarden voor het afgeven van een omgevings vergunning. Hierin staat ook duidelijk aangegeven wanneer je welke procedure moet gebruiken.

Elk besluit om een buitenplanse omgevingsvergunning te verlenen voor initiatief dat niet in het bestemmingsplan staat, moet volgens de Wro voldoen aan een goede ruimtelijke ordening en moet uitvoerbaar zijn. Verder moet bij elk besluit goed zijn aangegeven welke afwegingen zijn gemaakt en hoe mogelijke effecten op de omgeving worden ingepast of gecompenseerd.

Ruimtelijke onderbouwing

In de uitgebreide procedure moet een ruimtelijke onderbouwing als bijlage bij het besluit worden toegevoegd. Deze ruimtelijke onderbouwing moet aan dezelfde inhoudelijke eisen voldoen als de toelichting van een bestemmingsplan.

Voorwaardelijke verplichting

Een voorwaardelijke verplichting kan deel uitmaken van de omgevingsvergunning. Voor deze verplichting gelden dezelfde mogelijkheden en plichten als bij het bestemmingsplan.

Afwijken binnen de omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning kan extra ruimte geven om af te wijken van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld een 10 %-afwijkingsregeling voor bouwmassa of kleine afwijkingen voor de ligging van het initiatief. De afwijkingsmogelijkheid geldt alleen als de afwijkingen strijdig zijn met het bestemmingsplan. Ze biedt dus niet de mogelijkheid om af te wijken van de omgevingsvergunning zelf.

Is het wenselijk dat in het bouwplan waarvoor de vergunning wordt afgegeven gebruik wordt gemaakt van deze afwijkingsmogelijkheid? Dan moet er opnieuw een vergunning aangevraagd worden. Er is dan niet weer een aparte, tijdrovende procedure nodig. Wel is bij het besluit om af te wijken een zorgvuldige belangenafweging noodzakelijk. In principe heeft deze afweging al plaatsgevonden in het oorspronkelijke besluit voor afwijking van het bestemmingsplan, maar er kunnen veranderende omstandigheden zijn die leiden tot een andere afweging. Het bevoegd gezag moet dit zorgvuldig motiveren.

NNN natuur

Naar boven

Einde van de NNN-wijzer

Hiermee hebt u het einde van het onderdeel Borging bereikt en daarmee van de NNN-wijzer van de Provincie Utrecht. Wij hopen dat wij u hiermee goede hulp hebben geboden bij de toepassing van dit als lastig ervaren deel van ons beleid. Komt u problemen tegen, overleg met de gemeente. Verbeteringen aan de NNN-wijzer kunt voorstellen via nnn@provincie-utrecht.nl.

NNN natuur