Inleiding

Let op: met ingang van 1 april jl is de Interim Verordening in werking getreden en vervangt daarmee de Provinciale Verordening 2013 herijking 2016. In de Interim Omgevingsverordening zijn de regels van het NNN, vooruitlopend op de Omgevingswet, aangepast. Dit betekent dat de NNN-wijzer niet meer actueel is en niet meer gebruikt kan worden als hulpmiddel bij de beoordeling. U kunt de IOV terugvinden op de volgende webpagina https://omgevingswet.provincie-utrecht.nl/naar-een-visie/download-interim-omgevingsverordening. Heeft u vragen dan kunt u ons deze stellen via emailadres NNN@provincie-utrecht.nl.

NNN-toets

Nieuwe gemeentelijke bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen moeten voldoen aan de regels die in de Interim Omgevingsverordening zijn opgenomen.

In het hele Natuurnetwerk geldt dat een bestemmingsplan zorgt voor de ruimtelijke bescherming en geen ontwikkelingen toelaat die leiden tot aantasting van het NNN (de wezenlijke kenmerken en waarden, kwaliteit, samenhang en oppervlakte. Hier zijn een drietal uitzonderingen op waarbij aantasting onder voorwaarde van o.a. mitigatie en compensatie mogelijk is. Het gaat hier om:

  • ontwikkelingen van groot openbaar belang,
  • ontwikkelingen die binnen een samenhangend gebied leiden tot een versterking van het NNN (Meerwaardebenadering), en
  • ontwikkelingen die beperkt worden gewijzigd of worden toegevoegd, waarbij die wijziging of toevoeging noodzakelijk is voor de instandhouding van de bestaande bestemming.

Indien de locatie in het NNN ligt zal het bestemmingsplan dus altijd een NNN-toets moeten bevatten waarin de aantasting wordt beoordeeld (oppervlakte, kwaliteit, wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang) en waar onderbouwd wordt of voldaan wordt aan de voorwaarden die bij bovengenoemde uitzonderingen zijn benoemd. In alle gevallen is er naast mitigatie altijd sprake van compensatie. In de Interim Omgevingsverordening zijn regels opgenomen met betrekking tot de borging van deze compensatie.

De term significantie en per saldo komen niet meer voor in de regel: daarmee vervalt het instrument plussen en minnen.

In dit onderdeel helpen wij u in kaart te brengen welke bestaande ruimtelijke situatie van belang is voor de gewenste ontwikkeling. De oriëntatie is vooral bedoeld om na te gaan of een nader onderzoek in het kader van het NNN nodig is. Dit onderdeel is vooral belangrijk voor gemeentelijke RO-medewerkers en ecologische en stedenbouwkundige adviseurs.

In het linkermenu ziet u een schema met vragen. Als u dit schema doorloopt, krijgt u een goed beeld van de bestaande ruimtelijke ordening en de gevolgen daarvan. Het levert u voor de gewenste ontwikkeling informatie op voor het verder noodzakelijke onderzoek en de te volgen ruimtelijke ordeningsprocedure.
U kunt het stroomschema links ook opslaan als pdf (65KB).

NNN natuur

Ligt de locatie (deels) binnen het NNN?

U kunt op verschillende manieren vaststellen of de gewenste ontwikkeling zich in het NNN bevindt:

  • Mogelijkheid 1: zoom in op de NNN-webkaart (hierin kunt u ook andere provinciale kaartlagen laden). Deze kaart geeft de sinds december 2016 geldende kaart voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) weer.
  • Mogelijkheid 2: zoom in op de Plannenviewer (geeft direct inzicht in het ruimtelijk beleid dat van toepassing is).
  • Mogelijkheid 3: zoom in op de viewer Signaleringskaarten (met informatie over aanwezige natuurwaarden).

Zijn er voor de ontwikkeling alternatieven buiten het NNN? Dan hebben deze de voorkeur. U voorkomt dan ook kosten voor NNN-onderzoek en voor eventueel aanvullende maatregelen.

De ontwikkeling ligt niet in het NNN

Er is geen Nee tenzij-onderzoekNieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met significante negatieve natuurgevolgen in het Natuurnetwerk Nederland zijn niet toegestaan (‘nee’), tenzij groot openbaar belang en het ontbreken van alternatieven aangetoond is. Het Nee tenzij komt uit het rijksbeleid en is uitgewerkt in de Utrechtse Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) en Verordening (PRV). Deze NNN-wijzer licht dit regime toe. nodig. Het bestemmingsplan of de buitenplanse omgevingsvergunning kan verder voorbereid worden. Wel moet de gemeente erop toezien dat een nieuwe ontwikkeling naast het NNN er niet toe leidt dat het NNN zelf ernstig aangetast wordt. Dit in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

Het is mogelijk dat ook ontwikkelingen buiten het NNN van invloed zijn op het functioneren van het NNN. Daarbij denken wij aan ontwikkelingen die een verstorende invloed hebben, of ontwikkelingen die leiden tot aanpassingen van het watersysteem in de buurt van een verdrogingsgevoelig natuurgebied. Het gaat dan bijvoorbeeld om kleinere gebieden, die door de geringe omvang kwetsbaar zijn voor verstoringen van buitenaf. Er is vaak veel geïnvesteerd om deze elementen aan te leggen en zij spelen een cruciale rol in het verbinden van grotere natuurgebieden. Ook kan het gaan om gebieden die gevoelig zijn voor ingrepen als voor sterke toename van licht (afname van donkerte), geluid of betreding. Voor gebieden buiten het NNN is het Nee tenzij niet (meer) van toepassing. Wel vragen wij de gemeenten, als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening, bij ontwikkelingen in de nabijheid van het NNN, te voorkomen dat deze een negatieve invloed hebben op het functioneren van het NNN.

Meer informatie:
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016)

Fort Vechten

foto: Astrid Kant

Naar boven

Advies: maak de gewenste ontwikkeling concreet

Zorg dat u een goed beeld van de gewenste ontwikkeling heeft. Dit helpt u de ecologische gevolgen van de gewenste ontwikkeling goed te kunnen beoordelen.

  1. Beschrijf de referentiesituatie: de huidige feitelijke legale situatie.
  2. Beschrijf de fysieke ingrepen in het gebied (zoals vergraven, dempen, kappen, slopen, bouwen, betreding, verlichting aanbrengen, peilverandering, ..).
  3. Beschrijf het gebruik en de bijbehorende effecten: de verwachte bezoekersaantallen, verkeersbewegingen, en/of capaciteit;
  4. Ga na welke mogelijkheden er zijn om de ontwikkeling aan te passen (natuurinclusief te maken).

De gewenste ontwikkelingen komen vaak voort  uit een stedebouwkundige of landschappelijke visie. Om te kunnen inschatten of  NNN goed kan worden ingepast is in veel gevallen een visie op natuur en/of integrale visie nodig waarbij gelet wordt op waarden en potenties in het licht van de toetsingscriteria (zie ecologisch onderzoek) zoals samenhang, verbindingen leefgebied van soorten etc.

Tijdelijke voorzieningen of ingrepen, die nodig zijn bij de bouw bijvoorbeeld, vragen geen aparte bestemming. Een tijdelijke behoefte die in strijd is met de bestemming valt onder artikel 2.12 lid 2 en 2.23a van de Wabo. Uiteraard dient bij het beoordelen van de aanvraag rekening gehouden te worden met de geldende bestemming en o.a. de natuurwaarden.

Breng ook de gewenste verruiming van (bestemmingsplan-)regels in kaart, zoals:

  • extra vrijstellingsruimte;
  • afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten;
  • legaliseren van illegale ontwikkelingen.

Effecten die optreden bij maximale benutting

In de Nee, tenzij toets moeten de effecten die optreden bij maximale benutting worden getoetst. Dat betekent dat ook de flexibiliteitsbepalingen (o.a. wijzigingsbevoegdheden etc., zie vorige alinea) die mogelijk w orden gemaakt moeten worden getoetst alsof deze volledig zijn benut/aanwezig zijn.

Diverse nieuwe ontwikkelingen?

Gaat het om diverse nieuwe ontwikkelingen in één bestemmingsplan? Dan is het nodig deze apart te beoordelen. Ze zijn niet te salderen tenzij er sprake is van één gezamenlijk plan met één visie en uitvoering. Dan is de saldobenadering een optie.

Sommige nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden niet via een gemeentelijk bestemmingsplan of omgevingsvergunning mogelijk gemaakt maar via rijks- en provinciale plannen. Denk aan wegenplannen via de Tracéwet, de Spoedwet wegverbreding of de Crisis- en herstelwet. De minister van I&M is verantwoordelijk voor die besluiten, de gemeenten zijn verplicht deze te zijner tijd op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan. De provinciale kaders van de PRV gelden uiteraard niet voor rijksinpassingsplannen. Wel wordt de minister gevraagd (zoveel mogelijk) te besluiten in overeenstemming met het provinciaal ruimtelijk beleid, wat voor het NNN vaak ook gebeurt. Provinciale inpassingsplannen moeten uiteraard in overeenstemming met het provinciaal ruimtelijk beleid zijn.

Naar boven

Past de ontwikkeling binnen het geldende bestemmingsplan?

U moet bepalen of de ontwikkeling binnen het geldende bestemmingsplan past:

  • Zoek het vigerende bestemmingsplan op. Op het landelijke portal Ruimtelijkeplannen.nl kunt u per gemeente en adres alle ontwerpbestemmingsplannen en recente vastgestelde bestemmingsplannen vinden. In het bestemmingplan vindt u de bestemmingen, regels en de toelichting. Voorontwerpbestemmingsplannen staan er ook vaak op. Op de website van de gemeente kunnen de wat oudere plannen en voorontwerpbestemmingsplannen te bekijken zijn. Oude plannen zijn soms alleen op papier op het gemeentehuis te bekijken.
  • Beoordeel of de ontwikkeling mogelijk is volgens de verbeelding of de regels.
  • Kijk ook of het mogelijk is om gebruik te maken van ruimte in de regels . Bijvoorbeeld in:
    • wijzigingsbevoegdheden. Het bestemmingsplan kan een wijzigingsbevoegdheid bevatten. De gemeente kán de bestemming wijzigen als aan de voorwaarden van deze wijzigingsbevoegdheid wordt voldaan. Het wijzigingsplan kan aanvullende voorwaarden stellen.
    • afwijking binnen de randvoorwaarden. Het kan zijn dat het bestemmingsplan de mogelijkheid biedt om af te wijken van de bouw- en gebruiksregels in het plan. De randvoorwaarden om af te mogen wijken, staan dan ook in het bestemmingsplan. Deze randvoorwaarden moeten ook in de omgevingsvergunning zijn vastgelegd. In deze situatie verandert de bestemming niet.

Incidenteel grootschalig evenement

Als het gaat om een incidenteel grootschalig evenement, hoeft het bestemmingsplan niet te worden gewijzigd. Een Nee tenzij-onderzoek is dan niet nodig. De gemeente oordeelt dan over het al dan niet verlenen van een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening of een andere verordening. Belangrijk is dat de gemeente daarbij de geldende bestemming en de ecologische waarde meeweegt. Is het een regelmatig terugkerend of structureel evenement? Dan moet dit wél in het bestemmingsplan passen.

Let op: hierboven gaat het om een zogenoemde ‘binnenplanse’ omgevingsvergunning waarvoor de afwegingscriteria opgenomen zijn in het vigerende bestemmingsplan. Indien echter afgeweken wordt van dit bestemmingsplan dan moet wat extra mogelijk gemaakt wordt WEL getoetst worden aan het nee tenzij. Het gaat dan bijvoorbeeld om een ‘buitenplanse’ omgevingsvergunning. Let op: in kader van Omgevingswet komen hier mogelijk andere planvormen voor in den plaats. Zie ook Wordt verwacht dat de gemeente voor een aanpassing van het bestemmingsplan kiest.

NNN natuur

foto: Jelger Herder

Naar boven

De ontwikkeling past binnen het geldende bestemmingsplan

Een Nee tenzij-onderzoek is niet nodig. Voor bouwactiviteiten en andere aanlegwerkzaamheden is meestal een omgevingsvergunning van de gemeente nodig. Het bestemmingsplan biedt de randvoorwaarden voor de bouwactiviteiten én de vergunning. De gemeente beoordeelt op grond hiervan de gewenste ontwikkeling.

Wijk bij Duurstede

foto: Daan Schoonhoven

Komt er een nieuw bestemmingsplan of een nieuwe buitenplanse procedure?

Past de gewenste ontwikkeling niet in het bestemmingsplan? Dan blijven er voor de gemeente, als ze mee wil werken aan de ontwikkelingen, twee mogelijkheden over:

  1. Het geldende bestemmingsplan (deels) herzien. Voordeel: het is makkelijker om rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen.
  2. Een omgevingsvergunning verlenen om van het bestemmingsplan af te mogen wijken. Er is dan sprake van een buitenplanse procedureMet de omgevingsvergunning buitenplanse afwijking (art. 2.12 lid 1, sub a onder 3o Wabo), het vroegere projectbesluit, kan worden afgeweken van het bestemmingsplan.Er moet gemotiveerd worden dat de omgevingsvergunningsaanvraag voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. De aanvraag moet voorzien zijn van een ruimtelijke onderbouwing.. In de Wabo (artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3) staat vermeld dat de activiteit niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening en dat het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing moet bevatten. Het is aan de gemeente om te beoordelen of hier sprake van is.
    Voordeel: het gaat sneller dan een herziening van het bestemmingsplan. Nadeel: er wordt alleen toestemming gegeven om van het bestemmingsplan af te wijken; voor elke toekomstige ontwikkeling is dus weer een vergunningsprocedure nodig.

Overleg met de gemeente over welke keuze ze maakt.

Bij zowel een aanpassing van het bestemmingsplan als in een omgevingsvergunning met een buitenplanse procedure is Nee-tenzij aan de orde. Of andere onderzoeken nodig zijn is uiteraard aan de gemeente en de wetgeving.

Onderzoek alternatieven

Indien uit vooroverleg met de gemeente blijkt dat planaanpassing niet kan of gewenst dan heeft de initiatiefnemer de volgende opties:

  • Aanpassen van de gewenste ontwikkeling op dusdanige wijze dat deze past in ruimtelijk beleid van de gemeente en de gemeente bereid is om mee te werken

  • De gewenste ontwikkeling naar een andere locatie verplaatsen waar de gemeente aan kan en wil meewerken.
  • Afzien van de gewenste ontwikkeling.

NNN natuur

foto: Bert Geerdes

Gaat het om een kleinschalige uitbreiding van een bestaande functie?

Een ontwikkeling is kleinschalig als het:

  1. een kleine oppervlakte heeft (gedacht kan worden aan een maximum in de grootteorde van 200m2) én
  2. op een terrein ligt dat al verstoord is, zoals een tuin of bestrating, én
  3. direct aansluit op de zelfde bestaande bestemming, zoals een woning, recreatievoorziening of een parkeerterrein.

Voor deze kleinschalige uitbreidingen kan volgens de toelichting van de PRV een uitgebreid onderzoek achterwege blijven, omdat significante effecten redelijkerwijs niet te verwachten zijn. Dat moet in het plan wel worden gemotiveerd; het is geen juridische vrijstelling van de nee, tenzijtoets.
Wel aantoonbaar moet zijn dat de impact op de omgeving niet verzwaart. Van zo’n verzwaring kan bijvoorbeeld sprake zijn bij het slaan van een extra winput bij een bestaande drinkwaterwinning.
Als een bestemmingsplan meerdere kleine uitbreidingen bevat van bestaande functies op verschillende plekken, dan kunnen deze afzonderlijk beoordeeld worden. Meerdere kleine uitbreidingen van een functie op één locatie moeten natuurlijk wel in samenhang worden beoordeeld.

Uitgebreid onderzoek is niet nodig

Voor deze kleinschalige uitbreidingen kan volgens de toelichting van de PRS en PRV een uitgebreid onderzoek achterwege blijven, omdat significante effecten redelijkerwijs niet te verwachten zijn. Dat moet in het plan wel worden gemotiveerd; het is geen juridische vrijstelling van de nee, tenzijtoets.

NNN natuur

foto: Bert Geerdes

Is er sprake van een bijzondere situatie?

De PRS en de PRV bevatten specifiek beleid voor bepaalde ontwikkelingen in het NNN. In het algemeen gaat het over ontwikkelingen die voor de provincie in bepaalde mate ook gewenst zijn. In de ruimtelijke afweging hebben wij daarom het NNN-bescherming aangepast. Voor deze bijzondere situaties gelden andere criteria om te bepalen of er sprake is van significante aantasting van het NNN. Het gaat om 7 situaties in het NNN:

  • Een agrarische ontwikkeling op bestaand agrarisch bedrijf

    • Regulier agrarisch gebruik van agrarische gronden is toegestaan.
    • Herhuisvesting op een bestaand agrarisch bouwblok en uitbreiding van de veehouderij is toegestaan binnen de bestaande bouwpercelen op voorwaarde dat voldaan wordt aan de milieuwetgeving.
    • Ruimte voor ruimte en functieverandering van bestaande bedrijfspercelen is binnen de ook elders geldende randvoorwaarden toegestaan. Deze randvoorwaarden hebben bijvoorbeeld betrekking op de sloopnorm en de nieuwe woning en erfinrichting moeten landschappelijk goed ingepast worden. Zo mogelijk worden natuur en landschap versterkt.
    • Wijkt de ontwikkeling af van normaal agrarisch gebruik of gaan ze verder dan bestaande rechten, zoals het vergroten van het bouwblok? Dan is een Nee tenzijNieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met significante negatieve natuurgevolgen in het Natuurnetwerk Nederland zijn niet toegestaan (‘nee’), tenzij groot openbaar belang en het ontbreken van alternatieven aangetoond is. Het Nee tenzij komt uit het rijksbeleid en is uitgewerkt in de Utrechtse Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) en Verordening (PRV). Deze NNN-wijzer licht dit regime toe. nodig. Van agrarische ontwikkelingen op grond met een agrarische bestemming hoeft u alleen de actuele waardenDe waarde aan bijvoorbeeld planten- en diersoorten en ecosystemen, die nu aanwezig is. te toetsen.
    • Het is niet toegestaan om nieuwe agrarische bedrijven te vestigen in de NNNNatuurnetwerk Nederland
      Nederlands netwerk van bestaande natuurgebieden, landbouwgronden met natuurwaarde, nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Het NNN is de basis van het Nederlandse natuurbeleid. Doel: onze flora en fauna beschermen.
      .
  • Een intensivering van een bestaande functie binnen het daartoe bestemde vlak (ingesloten functie)

    De regel is dat u uitbreidingen van bestaande functies buiten het bestemmingsvlak toetst op actuele én potentiële waarden.
    Bij het vaststellen van de NNN-begrenzing is er echter voor gekozen om niet alle andere functies te exclaveren (denk bij voorbeeld aan landgoederen waarbij ook de gebouwen binnen het NNN liggen). Wanneer binnen het Natuur Netwerk Nederland (NNN) andere functies aanwezig zijn dan natuur (de zogenaamde ingesloten functies) richt de bescherming en de toetsing (voor de een desbetreffende uitbreiding) zich dan ook alleen op de actuele waarden.

    Als er geen sprake is van een mede- of dubbelbestemming voor natuur of bos, dan hoeft u de ontwikkeling in het Nee tenzij alleen te toetsen aan actuele waarden. Een mede- of dubbelbestemming kan diverse vormen hebben:

    • De (mede-)bestemming is Waarde ecologie, Waarde natuur, Waarde NNN of vergelijkbaar (vastgelegd in recente bestemmingsplannen).
    • In de doeleinden is vastgelegd dat de bestemming ook een natuurwaarde heeft.
    • De mede- of dubbelbestemming krijgt vorm in de regels, bijvoorbeeld doordat er vanwege de ecologische waarden limieten gelden voor te bebouwen oppervlakte of aantallen huisjes en standplaatsen. Zie ook de toelichting bij het geldende bestemmingsplan.

      Zie: Toelichting PRV Artikel 2.4

  • Een recreatieve toegangspoort

    Een recreatieve toegangspoort is ‘een bovenlokaal toeristisch-recreatief attractiepunt, een knooppunt van wandel-, fiets- en/of vaarroutes waar het achterliggende toeristische recreatieve gebied ervaren kan worden. Recreatieve poorten bieden informatie over het gebied, zelfstandige horeca en voldoende parkeervoorzieningen.’ Als het realiseren of uitbreiden van de recreatieve toegangspoort op grond van een gebiedsvisie ertoe bijdraagt dat de natuur in het achterliggend gebied verbetert (door versterking van de zonering), dan mag dit als ‘plus’ tellen in het ecologisch Nee tenzijNieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met significante negatieve natuurgevolgen in het Natuurnetwerk Nederland zijn niet toegestaan (‘nee’), tenzij groot openbaar belang en het ontbreken van alternatieven aangetoond is. Het Nee tenzij komt uit het rijksbeleid en is uitgewerkt in de Utrechtse Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) en Verordening (PRV). Deze NNN-wijzer licht dit regime toe.. (PRS 5.4.1).

    Meer informatie:
    PRS artikel 5.4.1

    Uit PRS 5.4.1 Recreatieve poorten naar natuurgebieden kunnen op grond van een gebiedsvisie een intensievere inrichting krijgen indien dit opweegt tegen de ecologische winst van een goede recreatieve zonering in het achterliggende natuurgebied.

  • Een militaire ontwikkeling binnen omheind terrein

    Hiervoor geldt binnen het NNN het Nee tenzij. Nieuwe bebouwing of verharding is volgens de PRS artikel 2.4 lid 3 sub a mogelijk als hier de natuuraantasting zo mogelijk beperkt wordt en de resterende schade gecompenseerd wordt. De eis van groot openbaar belang en het ontbreken van alternatieven geldt hier echter niet.

    In de provincie liggen hiernaast 2 belangrijke militaire oefenterreinen: de Leusderheide en de Vlasakkers. Deze 2 terreinen hebben belangrijke natuurwaarden. Wij hebben deze terreinen daarom aangeduid als militair oefenterrein met natuurwaarden. De terreinen maken formeel geen onderdeel uit van het NNN. Mocht het militaire gebruik op termijn beëindigd worden, dan zullen wij beide terreinen toevoegen aan het NNN.

  • Een groot project met diverse samenhangende onderdelen

    Bij een groot project met diverse samenhangende onderdelen kan de saldobenadering via een gebiedsaanpak mogelijkheden bieden. Via deze benadering wordt het NNN weliswaar aangetast, maar weegt de beoogde winst voor de natuur daar minstens tegenop. Meer informatie over de saldobenadering en de eigen regels vindt u in het onderdeel Ecologisch onderzoek.

  • Lopende, specifiek genoemde gebiedsprojecten

    Hart van de Heuvelrug

    Voor ontwikkelingen in het kader van het programma Hart van de Heuvelrug geldt een enigszins afwijkende vorm van de saldobenadering, die is gebaseerd op een verevening van rode en groene bestemmingen middels de roodgroenbalans in hectares. De basis hier is dat het programma door het realiseren van ecologische corridors en uitbreiding van kerngebieden in totaliteit leidt tot een kwaliteitsverbetering van het NNN.
    De definitieve invulling van Hart van de Heuvelrug in bestemmingsplannen is nog niet afgerond. Voor deze laatste plannen zijn de nieuwe grenzen van rode contour en NNN daarom nog niet opgenomen in de PRS en PRV (Herijking 2016).

Wellicht ten overvloede: ook voor bovenstaande nieuwe ontwikkeling geldt dat deze afwijkende criteria alleen aan de orde zijn als er sprake is van een wijziging van het bestemmingsplan of een buitenplanse omgevingsvergunning.

 NNN natuur

foto: Henny van Egdom

Naar boven

Ecologisch onderzoek voor bijzondere situaties

Het volgende onderdeel gaat in op het ecologisch onderzoek. Hierin moet de ecoloog ook rekening houden met de afwijkende criteria die voortkomen uit bijzondere situaties. Deze criteria zijn onder het vorige blokje beschreven. Een voorbeeld: voor een zogenoemde ingesloten functie hoeft de ecoloog alleen rekening te houden met de actuele waarde.

Ecologisch onderzoek met standaardcriteria

Het volgende onderdeel gaat in op het ecologisch onderzoek. Het beschrijft onder andere de toetsingsaspecten om te beoordelen of sprake is van significante aantasting. De ecoloog moet al deze aspecten beschrijven, omdat er geen sprake is van een bijzondere situatie.