Inleiding

Dit onderdeel is allereerst bedoeld als hulpmiddel om te beoordelen of de gewenste ontwikkeling op basis van het ecologisch onderzoek mogelijk is. En ten tweede helpen we te beoordelen wat nodig is om tot een positief oordeel te komen. Het onderdeel is vooral bedoeld voor gemeentelijke RO-medewerkers in samenspraak met initiatiefnemers en adviesbureaus.
U kunt het stroomschema links ook opslaan als pdf (58KB).

Gemeentelijke rol

Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om het NNN in hun ruimtelijke plannen voldoende te beschermen, zie PRV artikel 2.4. Dit betekent concreet dat de gemeente:

  • nieuwe ontwikkelingen goed controleert op negatieve gevolgen voor het NNN;
  • een bestemmingsplan zó opstelt dat de kwaliteiten van het NNN beschermd worden (bijvoorbeeld door andere functies dan natuur en bos te begrenzen, natuurwaarden in de regels op te nemen en geen ruime vrijstellingen te bieden) (zie artikel 2.4.2);
  • het bestemmingsplan goed handhaaft;
  • zorgt voor een goede ruimtelijke ordening:
    • bijvoorbeeld door in de omgeving van het NNN geen grote ontwikkelingen toe te staan die het NNN grote schade berokkenen
    • o geen binnenplanse ontwikkelingen toestaan die leiden tot aantasting van het NNN

Link met het onderdeel Ecologisch onderzoek

In de praktijk zal er in de fase waarin de gemeente haar oordeel vormt veel contact zijn tussen de initiatiefnemer/eigenaar en de gemeente. Bijvoorbeeld als blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling moet worden aangepast of als de overheidsregels voor de initiatiefnemer niet duidelijk zijn. Ook het uiteindelijke oordeel van de gemeente kan aanleiding voor discussie zijn. Het onderdeel Ecologisch onderzoek kan van nut zijn tijdens het overleg tussen initiatiefnemer/eigenaar en gemeente.

Als de voorgenomen ontwikkeling wordt aangepast, moet het ecologisch onderzoek daarop ook worden aangepast.

Inhoud van het onderdeel

In het linkermenu ziet u een schema met vragen. Door dit schema te doorlopen, krijgt u een goed beeld van waar de gemeente op zal letten als zij een oordeel geeft over een voorgenomen ontwikkeling.

Naar boven

Is het ecologisch onderzoek helder en gedegen?

Het is aan de gemeente om te beoordelen of de ruimtelijke onderbouwing van een nieuwe ontwikkeling voldoet aan alle kaders. Daarbij moet de gemeente een oordeel vellen over het ecologisch onderzoek: is dit helder en gedegen uitgevoerd? Om gemeenten te helpen deze vraag te beantwoorden, hebben wij een checklist (pdf) ontwikkeld. Deze geeft een eerste indruk van de kwaliteit van het verrichte onderzoek, zonder dat hier ecologische kennis voor nodig is. Een aanvullende ambtelijke beoordeling op ecologische kwaliteit blijft echter ook nodig.

Het komt vrij regelmatig voor dat de teksten van het ecologisch onderzoek (bijlage van de toelichting) en die van het stedenbouwkundig bureau in de toelichting niet overeenstemmen. Soms omdat het laatste bureau liever een eigen standaard gebruikt, soms omdat in de tijd de afstemming niet goed verloopt. Dit is uiteraard niet de bedoeling: dit kan voorkomen worden door de ecoloog, stedebouwkundige en bestemmingsplanopsteller nauw samen te laten werken.

 ELST

foto: Els Branderhorst

Inventariseer verbeterpunten en vul hiaten aan

Het ecologisch bureau dient het onderzoek te verbeteren en aan te vullen. Het is behulpzaam als de gemeente haar opmerkingen via de initiatiefnemer doorgeeft aan het bureau. Feitelijk wordt een stapje terug gedaan naar het onderdeel Ecologisch onderzoek. Indien de gemeente, nadat de initiatiefnemer in de gelegenheid gesteld heeft het onderzoek te verbeteren, concludeert dat het onderzoek onvoldoende is, zal zij aangeven niet mee te willen werken aan de gewenste ontwikkeling.

Gaat de gemeente akkoord met de ecologische conclusie en consequenties?

Het is aan de gemeente om te beoordelen of zij akkoord kan gaan met conclusie en consequenties die het ecologisch onderzoeksbureau heeft geformuleerd. Hieronder staan de 4 meest voorkomende conclusies. Per conclusie geven wij aan waar de gemeente in haar beoordeling op moet letten:

  1. Geen significante aantasting
  2. Geen significante aantasting mits de plussen voor natuur worden uitgevoerd
  3. Significante aantasing, kansen voor saldobenadering
  4. Significante aantasting, kansen voor herbegrenzing

NNN natuur

foto: Henny van Egdom

1. Geen significante aantasting

Deze conclusie betekent dat de verandering van het bestemmingsplan door kan gaan. Voorwaarde is dat de aannames van de ecoloog (bijvoorbeeld over het gebruik en de inrichting) verwerkt worden in het plan en dat deze ook uitgevoerd worden. Zie hiervoor ook het onderdeel Borging.

Onderbouwing in ToelichtingDe Toelichting vormt de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan. Ook bevat de Toelichting een uitleg van de regels. Alleen de Verbeelding en de Regels zijn juridisch bindend. Lees verder.

De ecoloog moet de onderbouwing van de conclusie ‘Geen significante aantasting’ verwerken in de Toelichting van het bestemmingsplan of de ruimtelijke onderbouwing bij de Wabo-vergunning. Daar horen ook de aannames bij die daarbij zijn gebruikt. Als er al een Nee tenzij-onderzoek is verricht, dan is het wenselijk dat de ecoloog dit als bijlage toevoegt aan de toelichting.

NNN natuur

foto: Luc Hoogenstein

2. Geen significante aantasting, mits de plussen voor natuur uitgevoerd worden

De gemeente kan alleen akkoord gaan met deze conclusie als de plussen gelijktijdig met de rest van het project worden gerealiseerd. Natuurlijk moeten de aannames van de ecoloog (bijvoorbeeld over het gebruik en de inrichting) ook verwerkt worden in het plan.

Plussen en minnen in Toelichting

Het is belangrijk dat in de ToelichtingDe Toelichting vormt de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan. Ook bevat de Toelichting een uitleg van de regels. Alleen de Verbeelding en de Regels zijn juridisch bindend. Lees verder. goed is vastgelegd wat de plussen en minnen zijn, hoe de ecoloog de beoordeling heeft gedaan en hoe geborgd wordt dat alles gelijktijdig en goed uitgevoerd wordt. Voor die borging zelf zijn instrumenten nodig die in de regels van het plan worden vastgelegd.

Borgingsinstrumenten

Om te borgen dat het plan tijdig en compleet wordt uitgevoerd, beschikt de gemeente over een aantal instrumenten. Zie hiervoor het onderdeel Borging.

3. Significante aantasting, kansen voor saldobenadering

De conclusie van de ecoloog kan zijn dat een losstaand project leidt tot significante aantasting maar dat er door middel van een integrale, natuur-inclusieve gebiedsvisie, met daarin meerdere ontwikkelingen, het project toch mogelijk is. Hierbij kan het instrument saldobenadering worden ingezet. Het voordeel van dit instrument is dat het kan worden ingezet als alternatieven voor de geplande ontwikkeling ontbreken en/of er geen sprake is van  ‘groot openbaar belang’. Nadeel is dat het een groter en daarmee soms lastiger project moet zijn en dat er over dat grotere gebied ook voldoende natuurwinst gehaald moet worden.

Saldobenadering in het kort

De saldobenadering bestaat uit een combinatie van samenhangende handelingen en projecten waardoor die het functioneren van het NNN op gebiedsniveau per saldo verbetert. Dit gebeurt door de natuurwaarden te vergroten en/of de reële oppervlakte aan natuur te vergroten. Het instrument stelt stevige eisen, waardoor het alleen toepasbaar is voor specifieke ontwikkelingen.

Elementen in de slotconclusie

De slotconclusie van de ecoloog bevat in ieder geval de volgende elementen:

  1. ‘De visie over de samenhang is aanwezig. Zie......…’.
  2. ‘Het NNN zal beter functioneren op gebiedsniveau, indien de volgende maatregelen worden genomen......... Zie......…’.
  3. De Utrechtse wezenlijke waarden en kenmerken worden per saldo vergroot en/of de oppervlakte aan natuur wordt per saldo vergroot, indien de volgende maatregelen worden genomen......... Zie......…’.
  4. De realisatie is verzekerd, indien de borging als volgt wordt geregeld......…’.

Deze door de ecoloog geformuleerde voorwaarden worden in het bestemmingsplan geborgd. De gebiedsvisie wordt in de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen.

Overige aandachtspunten voor beoordeling
  • Een saldotoets is alleen uit te voeren als de combinatie van rode en groene projecten concreet is uitgewerkt in de visie.
  • De saldotoets moet ingaan op de 3 hoofdtoetsingsaspecten.
  • Voor natuur is het niet voldoende om achterstallig onderhoud te verrichten en het beheer beter te financieren. Er is een duidelijke ruimtelijke plus nodig die opweegt tegen de aantasting.
  • De saldobenadering kan ertoe leiden dat de NNN-grens wordt aangepast.

Zie ook het onderdeel Ecologisch onderzoek voor meer informatie over dit instrument. U vindt daar ook enkele voorbeelden van Utrechtse projecten waarbij saldobenadering is toegepast.

4. Significante aantasting, kansen voor herbegrenzing

De ecoloog kan concluderen dat er weliswaar sprake is van significante aantasting, maar dat de gevraagde ontwikkeling door herbegrenzing toch mogelijk is. Het voordeel van dit instrument is dat het kan worden ingezet als alternatieven en/of er geen groot openbaar belang’ voor de geplande ontwikkeling ontbreken.

Eisen aan herbegrenzing
  • Kleinschalige ontwikkeling.
  • Het NNN gaat beter functioneren.
  • De (nieuwe) natuur ligt in hetzelfde gebied als waar de aantasting plaatsvindt en is kwalitatief gelijkwaardig.
  • De nieuwe natuur wordt geborgd in het bestemmingsplan.

Op termijn wordt deze gerealiseerde nieuwe natuur door de provincie als bestaande natuur in de PRS / PRV en het Natuurbeheerplan aan het NNN toegevoegd.

Zie ook het onderdeel Ecologisch onderzoek, Wordt significante aantasting voorkomen met de toepassing van Plussen & minnen, Herbegrenzing of Saldobenadering? voor meer informatie over dit instrument.

NNN natuur

foto: Melvin Redeker

Geen van de 4 conclusies is acceptabel; project kan alleen doorgaan mits

De gemeente is van oordeel dat er significante aantasting is, dat er onvoldoende plussen voor natuur zijn, en dat saldobenadering en herbegrenzing niet mogelijk zijn.

Bij deze conclusie mag de gevraagde ontwikkeling niet doorgaan (nee) omdat deze strijdig is met de PRV. Ténzij overtuigend aangetoond wordt dat er sprake is van een groot openbaar belang én reële alternatieven ontbreken. De aantasting moet zoveel mogelijk beperkt worden en de resterende aantasting gecompenseerd worden.

Groot openbaar belang én geen reële alternatieven...

Groot openbaar belang

Redenen van groot openbaar belang zijn vaak gebaseerd op:

  • sociaal-economische argumenten;
  • argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid;
  • argumenten die verband houden met de openbare veiligheid;
  • wezenlijk gunstige effecten voor het milieu;
  • economische belangen voor de lange termijn.

Groot openbaar belang in de praktijk

In de praktijk is vaak alleen sprake van groot openbaar belang bij grote overheids(gerelateerde) activiteiten. Bedrijven en particuliere personen hebben vaak een privaat belang. Er zijn echter geen vaste maatstaven voor wat wel en niet ‘van groot openbaar belang’ is. Daarom is de motivatie en zo nodig een goed juridisch onderzoek belangrijk. Uit jurisprudentie blijkt: hoe groter de aantasting van het NNN, hoe groter het openbaar belang moet zijn.

Dwingende redenen

Soms worden in regelgevingen dwingende redenen van groot openbaar belang genoemd als eis. Dit geldt bijvoorbeeld voor Natura 2000-gebieden.

Groot openbaar belang is net iets anders dan groot maatschappelijk belang.

 

Geen reële alternatieven

Het is belangrijk om na te gaan of er reële alternatieve oplossingen zijn voor de activiteit en om dit goed te onderbouwen. Deze alternatieven moeten dan minder of geen negatieve effecten hebben voor de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Bij alternatieven kan het zowel gaan om een andere oplossing voor dezelfde ruimtelijke opgave met hetzelfde doel of resultaat als om een andere plek voor hetzelfde ruimtelijke project. Breng daarbij ook de consequenties in beeld van de nul-optie als het project helemaal niet gerealiseerd kan worden. Hulpvragen kunnen zijn:

  • Is een andere invulling van de activiteit mogelijk? Zijn er andere locaties mogelijk (ook buiten de regio of buiten de landsgrenzen)?
  • Zijn er andere oplossingen mogelijk waarmee het doel van de activiteit te bereiken is?

NNN natuur

foto: Melvin Redeker

Dan beperking aantasting...

Het beperken van de aantasting wordt ook wel ‘mitigeren’ genoemd. Het gaat zowel om het zoveel mogelijk verkleinen van de impact van de ruimtelijke ingreep als de goede inpassing daarvan. Voor een deel hebben dergelijke maatregelen een overlap met de ‘plussen’ van het instrument Plussen en minnen. In overleg met de ecoloog en de betrokken grondeigenaren moet bepaald worden welke maatregelen mogelijk en effectief zijn. Er zijn veel creatieve oplossingen mogelijk. Voorbeelden zijn:

  • de oppervlakte ‘natuur’ in een project vergroten (bijvoorbeeld een tuin en verharding omzetten in natuurterrein);
  • het verstorend effect van verlichting en geluid op de natuuromgeving beperken;
  • een verstoring verplaatsen naar de rand van het NNN;
  • een verstoring meer concentreren;
  • de betreding van een gebied door mensen sturen, zodat waardevolle delen ontzien worden.

Is de beperking substantieel? Dan is er naar verhouding minder compensatie nodig.
In het onderdeel Borging leest u hoe de maatregelen te borgen zijn.

...én compensatie

Blijft er nog aantasting over ook na de beperking daarvan? Dan is het nodig om deze te compenseren. De hoofdlijn volgens de PRV (PRV 2014 art 4.11) is daarbij dat:

  1. de compensatie minimaal gelijkwaardig is aan het verlies aan waarden en kenmerken, en
  2. de compensatie plaatsvindt in aansluiting op het Natuur Netwerk Nederland (NNN), of binnen de groene contour, of binnen het NNN op een locatie waar nog nieuwe natuur moet worden ontwikkeld (het gaat om de paarse gebieden) en dit leidt tot versnelling van realisatie van het NNN (in dat geval moet de NNN elders wel worden uitgebreid, en
  3. de realisatie van de compensatie, het beheer en de instandhouding daarvan zijn verzekerd op het moment van vaststelling van het ruimtelijk besluit, waarin de aantastende ruimtelijke ingreep mogelijk wordt gemaakt.

Bij aantasting van NNN zal, in die gevallen waar er sprake is van groot openbaar belang en het ontbreken van alternatieven en na mitigatie, compensatie van de resterende effecten plaats moeten vinden (PRV). De omvang van de compensatie hangt af van de aantasting en de locatie waar wordt gecompenseerd. Omdat ontwikkeling van natuurtypen tijd kost is in de meeste gevallen een compensatietoeslag aan de orde. Hieronder zijn richtlijnen voor de berekening van de compensatie opgenomen.

 

Uitgangspunten van de rekenregels

Voor het bepalen van onderstaande rekenregels gelden de volgende uitgangspunten:

  • Uitgangspunt van compensatie is dat het NNN kwalitatief en kwantitatief in stand blijft.
  • De rekenregels zijn gebaseerd op het Natuurbeheerplan 2018 met de daarin gehanteerde indeling in natuurtypen en bijbehorende ambities (zoals aangegeven in tabel in van het natuurbeheerplan);
  • De rekenregels sluiten voor NNN-bos aan op de rekenregels voor Houtopstanden (zie Beleidsregels Natuur en landschap Utrecht 2018 Hoofdstuk 4)
  • De rekenregels maken vergelijk tussen aantasting en compensatielocatie mogelijk en zijn daarmee ook geschikt voor de compensatiebanken;
  • De toeslagen zijn dusdanig dat aantasting van natuurtypen met een hoge ambitie wordt ontmoedigd;
  • De toeslagen sluiten aan op toeslagen die ook in andere provincies worden gehanteerd.
  • De rekenregels zijn praktisch uitvoerbaar.

Toeslagen voor NNN-compensatie: berekening opgave (los van compensatielocatie)

Uitgangspunt van compensatie is dat het NNN kwalitatief en kwantitatief in stand blijft. De toeslag wordt bepaald door de oppervlakte van de aantasting te vermenigvuldigen met een factor. Deze factor is afhankelijk van het natuur(beheer)type en de hersteltijd (de tijd dat het natuurtype dat verloren gaat, ter plaatse aanwezig is geweest). In tabel 1 vindt u de klasse waaronder het natuur(beheer) type valt dat verloren gaat ten gevolge van de ingreep. In tabel 2 vindt u de bijhorende toeslag per hectare. In tabel 3 vindt u de toeslag die gekoppeld is aan de hersteltijd .

Tabel 1. Indeling natuurbeheertypen in klassen naar (natuur)waarde die de provincie daaraan toekent in het kader van NNN-compensatie

Klasse 1
hoogste waardering

N0.6.01 veenmoerasrietland en moerasheide, N06.04 vochtige heide, N06.05 zwakgebufferd ven, N10.01 nat schraalland en N11.01 droog schraalgrasland

Klasse 2
‘midden’-waardering

N04.01 kranswierwater, N05.01 moeras, N06.06 zuur ven of hoogveenven, N07.01 droge heide, N.07.02 zandverstuiving, N10.02 vochtig hooiland, N12.02 kruiden- en faunarijke akker, N12.03 glanshaverhooiland en N13.01 vochtig weidevogel grasland

Klasse 3
laagste waardering

Overige natuurbeheertypen

Voor de te realiseren NNN-compensatie, de compensatieopgave, gelden naast de één-op-één compensatie de volgende toeslagen per ha die verloren gaat.

Tabel 2. Toeslag per ha per klasse van het natuurbeheertype dat verloren gaat (Tn)

Natuurbeheertypen Toeslag per ha
Klasse 1 0,6
Klasse 2 0,3
Klasse 3 0
 

Tabel 3. Toeslag per ha voor de hersteltijd, de tijd dat het natuurbeheertype  dat verloren gaat, ter plaatste aanwezig is geweest (Tt)

Hersteltijd in jaren Toeslag per hectare
< 10 jaar 0,1
10-25 jaar 0,3
25-50 jaar 0,5
50-100 jaar 0,75
100-200 jaar 1,0
> 200 jaar 1,5
 

De toepassing van de toeslagen voor de aanwezigheid van soorten laat onverlet de toepassing van de Wet natuurbescherming. De toepassing van de Wet natuurbescherming voor deze soorten kan er toe leiden dat ook andere maatregelen vereist zijn of dat de ruimtelijke ontwikkeling in het geheel geen doorgang kan vinden.

Berekening compensatieopgave (rekening houdend met compensatielocatie)
De toeslag per ha per klasse van natuurbeheertype geldt niet alleen voor de natuur die verloren gaat maar ook voor de compensatienatuur die wordt gerealiseerd. Dit heeft tot gevolg dat indien natuur uit klasse 1 of 2 wordt gerealiseerd met een kleinere oppervlakte kan worden volstaan, dan met behulp van de toeslagen voor de verloren gegane natuur wordt berekend.

Met behulp van de toeslagen kan als volgt een compensatieopgave in natuurpunten worden berekend:
A1*(1,0+Tt1)*(1,0+Tn1) + A2*(1,0+Tt2)*(1,0+Tn2)+ A3*(1,0+Tt3)  enz. =Natuurpunten compensatieopgave (Npopg)

Waarbij:

  • A1 de oppervlakte is met beheertype 1, A2 met het beheertype 2, A3 met het beheertype 3, enz.
  • Tt1 de toeslag voor de hersteltijd van het beheertype 1 dat wordt aangetast, Tt2 die van beheertype 2, Tt3 die van beheertype 3 enz.
  • Tn1 de toeslag voor het beheertype 1, Tn2 die voor beheertype 2 , Tn3 die voor beheertype 3 enz.

 

De natuurpunten voor de compensatie die gerealiseerd gaat worden, wordt als volgt berekend:

A11*(1,0+Tn11)+A12*(1,0+Tn12)+A13*(1,0+Tn13) enz.=Natuurpunten (te realiseren) compensatie (Npcomp)

Waarbij:

  • A11 de te realiseren oppervlakte is met beheertype 11, A12 met het beheertype 12, A13 met het beheertype 13, enz.
  • Tn11 de toeslag voor het te realiseren beheertype 11, Tn12 die voor beheertype 12 , Tn13 die voor beheertype 13 etc.

Het aantal natuurpunten voor de te realiseren compensatie dient groter of gelijk te zijn aan het aantal de natuurpunten voor de te realiseren compensatie (Npcomp ≥ Npopg).
Daarnaast dient te oppervlakte van de te realiseren compensatie (Acomp) altijd tenminste net zo groot te zijn als de oppervlakte natuur die verloren gaat (Aopg)   (Acomp ≥ Aopg).

Rekenvoorbeeld voor toepassing van de toeslagen

Regels van toepassing voor te realiseren compensatienatuur

Bij het realiseren van NNN-compensatie dienen naast de toeslagen de volgende regels in acht te worden genomen.

  • In principe dient de compensatie realiseert te worden voorafgaand aan de aantasting. In het betreffende bestemmingsplan en overeenkomsten moeten hier nadere afspraken over zijn vastgelegd.
  • De compensatie dient in de directe omgeving plaats te vinden indien het functioneren van het NNN ter plaatse dit vereist. Bij dit laatste kan gedacht worden aan de aantasting van een kwetsbare ecologische verbinding of aan de aantasting van een kwetsbaar natuurgebied dat door de aantasting te klein wordt om goed te kunnen functioneren.
  • In de gevallen dat het functioneren van het NNN ter plaatse dit niet vereist, is compensatie elders binnen de provincie mogelijk. Wel dient ook in deze gevallen altijd eerst onderzocht te worden of het mogelijk is in de (directe) nabijheid van de aantasting compensatienatuur met een goede kwaliteit en direct grenzend aan het NNN te realiseren. De compensatienatuur wordt in principe buiten het NNN gerealiseerd. Realisatie binnen het NNN is mogelijk indien dit leidt tot een versnelde realisatie van nog te ontwikkelen nieuwe natuur binnen het NNN. Hiermee kunnen kansen die zich voordoen, vaak samenhangend met de ruimtelijke ontwikkeling die leidt tot aantasting van het NNN, benut worden om het NNN versneld te realiseren. Het NNN wordt bij realisatie van de compensatie op nog te ontwikkelen nieuwe natuur binnen het NNN door de provincie door herbegrenzing uitgebreid met een gelijke oppervlakte nog te realiseren nieuwe natuur.
  • De compensatienatuur buiten het NNN dient bij voorkeur binnen de Groene contour te worden gerealiseerd. De te realiseren compensatienatuur buiten het NNN dient een goede samenhang te hebben met het NNN en direct te grenzen aan bestaande natuur of nog te ontwikkelen nieuwe natuur binnen het NNN.
  • De te realiseren compensatienatuur mag van een ander natuurbeheertype zijn dan het natuurbeheertype van de verloren gegane natuur, met dien verstande dat daarbij de toeslagen voor de verschillende onderscheiden klassen voor natuurbeheertypen uit tabel 2 worden toegepast. De oppervlakte te realiseren compensatienatuur mag (na toepassing van de toeslagen) niet kleiner zijn dan de oppervlakte natuur die verloren gaat.
  • Voor bos dat binnen het NNN verloren gaat, geldt dat deze op basis van de Wet natuurbescherming altijd ook met de aanleg van bos dient te worden gecompenseerd. Dit kan door NNN-compensatie en de aanleg van bos op één plek, of los van elkaar door NNN-compensatie niet zijnde bos op de éne plek en aanleg van bos op een andere plek.

Compensatiebank

In de natuurcompensatiebank gaat de provincie gronden op ‘voorraad’ houden voor de realisatie van natuur- en boscompensatieverplichtingen. Dit kunnen gronden zijn die door de provincie zijn aangekocht, maar ook gronden van derden waarover de provincie met deze derden afspraken heeft gemaakt om ze beschikbaar te houden voor de realisatie van compensatieverplichtingen. In de compensatiebank worden alleen gronden opgenomen waarop Natuur Netwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur, of bos van hoge kwaliteit gerealiseerd kan worden en die het NNN, het landschap of de recreatie in de provincie versterken.

De jaarlijks gemiddelde compensatieopgave in de provincie Utrecht bedraagt circa 30 ha. De provincie is voornemens in de bank 60 tot 90 ha beschikbaar te houden. Indien gronden worden gebruikt voor de realisatie van compensatienatuur, wordt de bank weer aangevuld met nieuwe gronden om hiermee de komende jaren aan de vraag naar compensatielocaties in de provincie te kunnen voldoen.

Meer informatie over het compensatiebeleid?

Heeft u vragen over het compensatiebeleid van de provincie Utrecht? Neem dan contact met ons op: NNN@provincie-utrecht.nl
Stuur voor hulp bij het toepassen van regels en voor het vinden van compensatielocaties een e-mail naar het Compensatieloket: compensatieloket@provincie-utrecht.nl.

NNN natuur

Naar boven

Stemt de gemeente in met de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling?

Tot dusver was de afweging alleen gericht op de bescherming van het NNN via het nee tenzij-regime. De gemeente zal bij het al dan niet toestaan veel breder ruimtelijk afwegen. Daarbij houdt ze uiteraard ook rekening met de rijks- en provinciale kaders (onder andere PRV). Belangen zijn onder meer beleid landelijk gebied, cultuurhistorie, landschap, landbouw en verkeer.

NNN natuur

foto: Bert Geerdes

Naar boven

Rond het nieuwe bestemmingsplan of de buitenplanse omgevingsvergunning af

Omdat de gemeente instemt met de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten alle stukken in overleg met de gemeente klaar gemaakt worden voor de procedures. Vanuit het NNN is het belangrijk dat daarbij alle aannames en maatregelen uit het ecologisch onderzoek goed opgenomen worden in dit bestemmingsplan. Met andere woorden zorg dat alle afspraken goed geborgd worden zodat er zekerheid zal zijn over de goede en complete uitvoering daarvan.

Pas het plan aan of annuleer het initiatief

Omdat de gemeente niet kan instemmen met de gevraagde ontwikkeling, zal zij niet meewerken aan de noodzakelijke planologische procedure. De initiatiefnemer kan besluiten:

  • af te zien van de ontwikkeling; dit is vooral aan de orde als de gemeentelijke beslissing onvoldoende ruimte biedt voor ook een gewijzigde ontwikkeling.
  • het project gewijzigd opnieuw ecologisch te laten onderzoeken en voor te leggen aan de gemeente; met name kansrijk als de gemeente handvaten biedt welke wijzigingen mogelijk tot een positief oordeel kunnen leiden.

NNN natuur

foto: Bert Geerdes