Uit: Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 – 2028

Artikel 5.4.1 Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland

Open in Plannenviewer

 

Kaart Natuur; objecten: Natuurnetwerk Nederland, Binnenveld (toelichtend), Natura 2000-gebieden (toelichtend) en Militair oefenterrein met natuurwaarden (toelichtend)

Beleid

Sinds enkele jaren gebruikt het Rijk de naam Natuurnetwerk Nederland (NNN), voor wat tot dusverre de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) heette. De provincie Utrecht gebruikt deze nieuwe naam vanaf de Herijking van de PRS. Deze nieuwe naam leidt niet tot andere begrenzing of ruimtelijk beleid. Het NNN is een robuust, samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingen daartussen op nationaal niveau. Wij willen het NNN in Utrecht behouden en verder ontwikkelen. Hiervoor beschermen wij deze gebieden en willen wij tot 2021 1506 hectare nieuwe natuurgebieden realiseren. Wij zorgen er voor dat zich geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die een significant negatief effect hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken van ons NNN. Dit doen wij via het beschermingsregime 'nee, tenzij'. Als er sprake is van significante aantasting, dan mag de voorgenomen ontwikkeling niet doorgaan, tenzij deze voldoet aan enkele randvoorwaarden. Dit tenzij heeft betrekking op ontwikkelingen met redenen van groot openbaar belang. Indien dit aangetoond wordt, er geen reële alternatieven zijn, en de negatieve effecten zoveel mogelijk beperkt worden, is de ontwikkeling wel mogelijk. De overblijvende effecten moeten dan wel gecompenseerd worden door realisatie van nieuwe natuur elders.

Aan de compensatie, de realisatie van nieuwe natuur elders, worden nadere eisen gesteld: de compensatie is tenminste gelijkwaardig aan de aantasting van het NNN (bij hoge waarden en lange ontwikkelingstijden wordt meer compensatie verwacht), de compensatie vindt plaats aansluitend aan het NNN (bij voorkeur binnen de Groene contour) of binnen het NNN. De compensatie dient in de directe omgeving plaats te vinden indien het functioneren van het NNN ter plaatse dit vereist. En de realisatie van de compensatie dient verzekerd te zijn op het moment van vaststelling van het ruimtelijk plan waarin de aantastende ingreep is geregeld. Anders dan in het verleden is het realiseren van compensatienatuur binnen het NNN ook mogelijk, indien dit leidt tot versnelling van de realisatie van het NNN en het NNN gelijktijdig door herbegrenzing wordt uitgebreid met een gelijke oppervlakte nog te realiseren nieuwe natuur. In dit laatste geval zullen wij door herbegrenzen het NNN uitbreiden.

Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, maakt onderdeel uit van het NNN. Naast de bescherming van het NNN geldt voor Natura 2000-gebieden en hun omgeving dat er ook een toetsing moet plaatsvinden aan de Wet natuurbescherming.

Om te komen tot zowel een ontwikkelingsgerichte omgang met het NNN, als tot een betere ruimtelijke bescherming, benoemen wij een aantal instrumenten. Onder voorwaarden worden ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt, waarbij het functioneren van het NNN niet wordt aangetast of zelfs wordt verbeterd. De volgende instrumenten zijn beschikbaar:

De bescherming van het NNN richt zich zowel op actuele als potentiële waarden. De potentiële waarden worden vooral bepaald door abiotische factoren zoals waterhuishouding en bodemopbouw. De kaders die het Rijk stelt voor de bescherming van het NNN (vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) geven aan, dat de bescherming van potentiële waarden in het NNN alleen aan de orde kan zijn, als de gronden daadwerkelijk (mede) voor natuurdoelen zijn bestemd. Dat betekent, dat wij ter plekke van zogenoemde ingesloten functies binnen het NNN alleen de actuele waarden beschermen. Als er echter in het vigerende bestemmingsplan sprake is van een mede- of dubbelbestemming voor natuur of bos dan moet de ontwikkeling voor de bestaande functie getoetst worden aan zowel actuele als potentiële waarden.

Het is mogelijk dat ook ontwikkelingen buiten het NNN van invloed zijn op het functioneren van het NNN. Daarbij denken wij aan ontwikkelingen die een verstorende invloed hebben, of ontwikkelingen die leiden tot aanpassingen van het watersysteem in de buurt van een verdrogingsgevoelig natuurgebied. Wij vragen de gemeenten als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening bij ontwikkelingen in de nabijheid van het NNN te voorkomen dat deze een negatieve invloed hebben op het functioneren van het NNN.

Het NNN heeft een belangrijke functie voor de recreatie. Die recreatieve functie willen wij behouden en waar nodig versterken. Dit mag echter niet leiden tot een toenemende versnippering van het NNN. Voor intensivering van bestaande dag- en verblijfsrecreatieve terreinen geldt ook de regel voor ingesloten functies. Wij hechten belang aan goede voorzieningen voor recreatief medegebruik van het NNN, zoals wandelen en fietsen, mits passend in een duidelijke zonering in relatie tot het functioneren van het NNN. Recreatieve poorten naar natuurgebieden kunnen op grond van een gebiedsvisie een intensievere inrichting krijgen indien dit opweegt tegen de ecologische winst van een goede recreatieve zonering in het achterliggende natuurgebied.

Regulier gebruik van agrarische gronden binnen het NNN vinden wij geen ruimtelijke activiteit met significante gevolgen en ondervindt geen beperking van het ruimtelijk natuurbeleid en wettelijke voorschriften. Bij uitbreiding van het bouwblok op grond met een agrarische bestemming wordt binnen het ‘nee, tenzij’-regime alleen gekeken naar actuele waarden en niet naar de potentiële waarden. Ontwikkelingen op en uitbreiding van agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, zolang geen actuele natuurwaarden worden aangetast.

In de provincie liggen twee belangrijke militaire oefenterreinen: de Leusderheide en de Vlasakkers. Deze terreinen hebben belangrijke natuurwaarden. Wij hebben deze terreinen daarom aangeduid als militair oefenterrein met natuurwaarden. De terreinen maken formeel geen onderdeel uit van het NNN. Mocht het militaire gebruik op termijn beëindigd worden, dan zullen wij beide terreinen toevoegen aan het NNN.

Toelichting

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een robuust netwerk gevormd door bestaande natuurgebieden, nieuwe nog te realiseren natuurgebieden en verbindingen tussen de natuurgebieden. Enkele blijvend agrarische gebieden maken ook onderdeel uit van het NNN. Dit zijn landbouwgebieden waar agrarisch natuurbeheer wordt ingezet om een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit, én aan het functioneren van het NNN.
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) heeft twee doelen:

  1. de rijkdom aan soorten - de biodiversiteit - te behouden en te herstellen. Hiervoor is het noodzakelijk dat natuurgebieden worden uitgebreid, verbeterd, en met elkaar worden verbonden in een samenhangend netwerk. Dit netwerk moet functioneren in ruimte en tijd, waardoor planten en dieren een duurzame, robuuste en klimaatbestendige leefomgeving krijgen;
  2. ruimte bieden aan de groeiende behoefte aan rust en ruimte, waardoor inwoners en bezoekers de natuur kunnen beleven en het draagvlak voor natuurbeleid gewaarborgd is.

Binnen het NNN liggen ook Natura 2000-gebieden. Deze gebieden hebben natuurwaarden die op internationale schaal van groot belang zijn voor de biodiversiteit en hebben daarom aanvullende bescherming o.b.v. de Wet Natuurbescherming (Wnb). Ontwikkelingen in of in de omgeving van door de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden moeten worden getoetst aan de voorwaarden van deze wetgeving. Daartoe moet bij de provincie een vergunning aangevraagd worden op grond van de nieuwe Natuurverordening Provincie Utrecht 2016. Om de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan te controleren is het verstandig al tijdens het opstellen van een bestemmingsplan na te gaan of een Wnb-vergunning verwacht mag worden.

Nee, tenzij

We beschermen het NNN via het 'nee, tenzij'-regime. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen in het NNN met een negatief effect op de kwaliteit van de natuur of het functioneren van het NNN in principe niet zijn toegestaan. Onder voorwaarden (groot openbaar belang, geen alternatieven en zo veel mogelijk beperken van de effecten) kan hiervan worden afgeweken. Het Rijk heeft de provincies via het besluit algemene regels ruimtelijke ordening de taak gegeven deze bescherming nader uit te werken. Wij hebben deze bescherming vorm gegeven via een aantal stappen die hieronder zijn toegelicht.

Nieuwe (planologische) ontwikkelingen zijn in principe niet mogelijk binnen het NNN wanneer ze een significant negatief effect hebben op het functioneren van het NNN. De initiatiefnemer van een ontwikkeling moet bij het nee, tenzij-regime de onderbouwing leveren. Om een zorgvuldige beoordeling te kunnen maken zal de initiatiefnemer in een zogenaamd nee, tenzij-onderzoek de effecten van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op de te beschermen, te ontwikkelen en te behouden factoren moeten specificeren. Het gaat daarbij om de ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van de bij het gebied behorende natuurdoelen en natuurkwaliteit:

  1. de bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem waaronder ook begrepen worden de vereiste omgevingsfactoren zoals donkerte, bodem, water en milieu;
  2. de robuustheid en de aaneen geslotenheid van het NNN;
  3. de aanwezigheid van bijzondere soorten;
  4. de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen.

Ook moet onderzocht worden of een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het NNN niet leidt tot significante vermindering van de oppervlakte van de (natuur-)gebieden of de samenhang tussen deze gebieden.

Een nee, tenzij-onderzoek kan achterwege blijven, indien het een ontwikkeling van geringe omvang betreft bij een bestaande functie. Wij gaan ervan uit dat een dergelijke kleine ontwikkeling niet tot significante gevolgen voor de waarden van het NNN leidt, als in de ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat deze ontwikkeling op al verstoord terrein in de onmiddellijke nabijheid van bestaande bebouwing en verharding plaatsvindt. Verder kunnen binnen de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling positieve ingrepen voor natuur meegewogen worden. Het effect van de ontwikkeling leidt dan niet tot significante gevolgen. De positieve ingrepen dienen wel gegarandeerd te worden. Wij noemen dit instrument: ‘plussen en minnen’. Een voorbeeld van een ‘plus’ is het slopen van een in het bos gelegen gebouw of parkeerterrein en dit perceeldeel als natuur te bestemmen.

In de afgelopen jaren is uit landelijke onderzoeken en ervaringen binnen de provincie Utrecht gebleken dat het vaak moeilijk is locaties voor natuurcompensatie te vinden, dat dit leidt tot vertraging in de besluitvorming, en dat met de natuurcompensatie vaak losliggende snippers natuur worden gerealiseerd die weinig bijdragen aan het NNN. Verder is gebleken dat de registratie, de controle en de juridische borging van de uitvoering en de planologische bescherming van de gerealiseerde compensatie onvoldoende is.

De provincie wil, om de kwaliteit van de natuurcompensatie te verbeteren, een ‘natuurcompensatiebank’ vormen, dat wil zeggen gronden of reeds gerealiseerde natuur op voorraad houden voor de realisatie van natuurcompensatie, of over het op voorraad houden afspraken maken met andere partijen. Dit maakt het voor initiatiefnemers gemakkelijker en biedt de mogelijkheid de natuurcompensatie te bundelen op een beperkt aantal locaties waar een hoge natuurkwaliteit gerealiseerd kan worden. Om de natuurcompensatie op een beperkt aantal locaties te kunnen bundelen is het nabijheidsvereiste van de natuurcompensatie dat tot op heden gold, geschrapt. De provincie zal, naast het vormen van een natuurcompensatiebank, ook de registratie, de controle en de juridische borging van de uitvoering en de planologische bescherming van de compensatie verbeteren.

Als er sprake is van een significante aantasting, maar niet van groot openbaar belang, bieden twee instrumenten aanvullende mogelijkheden voor ontwikkelingen binnen het NNN:

Voor ontwikkelingen in het kader van het programma Hart van de Heuvelrug geldt een enigszins afwijkende vorm van de saldobenadering, die is gebaseerd op een verevening van rode en groene bestemmingen middels de roodgroenbalans. De basis hier is dat het programma door het realiseren van ecologische corridors en uitbreiding van kerngebieden in totaliteit leidt tot een kwaliteitsverbetering van het NNN.
In 2015 zijn hierover met de deelnemende partners nieuwe afspraken gemaakt. De definitieve invulling van Hart van de Heuvelrug in bestemmingsplannen is nog niet afgerond. De nieuwe grenzen van rode contour en NNN zijn opgenomen in de PRS en PRV (Herijking 2016) met de kanttekening dat bij nadere invulling of vanwege procedures daar nog beperkte wijzigingen in kunnen komen. Dat zal met behulp van de genoemde roodgroenbalans plaatsvinden.

Om de toepassing van het nee, tenzij regime te ondersteunen biedt de provincie de informatie over de toetsing en de instrumenten aan via een speciale website, de NNN-wijzer. Hierin is een signaleringskaarten-viewer opgenomen, die als hulp in het onderzoek voor een aangegeven gebied gegevens bundelt.

Totstandkoming NNN-kaart

De begrenzing van het NNN is oorspronkelijk vastgelegd in Streekplan 2005. In de PRS 2013 zijn de grenzen aangepast aan zowel de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, als aan de afspraken uit het Akkoord van Utrecht over nieuwe natuur. Voor de PRS (Herijking 2016) zijn in beperkte mate, naast aanpassing vanwege nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, met behulp van een aantal criteria de grenzen aangepast om te komen tot een goede en verklaarbare begrenzing van het NNN. De belangrijkste criteria golden grotendeels al maar waren niet consequent in de hele provincie doorgevoerd. Deze criteria zijn dat:

Relatie met recreatie

Recreatie vindt vaak plaats in of in de directe nabijheid van het NNN. Routegebonden activiteiten zoals wandelen en fietsen passen gezoneerd binnen het NNN. Er is een groeiende behoefte aan aantrekkelijke kwalitatief hoogwaardige recreatievoorzieningen. Deze dragen bij aan een positieve beleving van natuur. Daarbij kunnen recreatieve voorzieningen de zonering van NNN -gebieden ondersteunen. Zonering heeft tot doel: verschillende natuurervaringen creëren en kwetsbare natuur ontzien. Goede recreatieve zonering zorgt daarmee voor draagvlak voor natuur en voor natuurkwaliteit. Zie ook het beleid voor Bovenlokale dagrecreatieterreinen. Voor de goede orde: ook voor deze terreinen binnen het NNN geldt het Nee tenzij-regime, het beschreven beleid voor ingesloten functies is ook hier van toepassing.

Een gebiedsgerichte aanpak is mogelijk, waarin partijen uit het gebied gezamenlijk op zoek gaan naar kwaliteitswinst, via bijvoorbeeld uitruil van bestemmingen. Hiermee kan bijvoorbeeld voor dag- en verblijfsrecreatie meer ruimte voor ontwikkeling ontstaan. Zo speelt in het gebied van de Vinkeveense Plassen de samenhang tussen natuur en recreatie vooral bij de legakkers. Hier kan een vorm van saldobenadering de oplossing bieden.

Relatie met bestaande andere, zogenoemde ingesloten functies

De rechten van bestaande andere functies in het NNN zijn vastgelegd in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Indien voor deze bestaande functies ontwikkelingen gewenst worden, deze binnen het bestemmingsvlak blijven en er geen sprake is van dubbelbestemming natuur, dan behoeft in het nee tenzij-onderzoek alleen getoetst te worden op aantasting van de aanwezige natuurwaarden.

Relatie met landbouw

Het reguliere agrarisch gebruik van agrarische gronden binnen het NNN vinden wij geen ruimtelijke activiteit met significante gevolgen en ondervindt geen beperking op basis van het ruimtelijk beleid. Indien wordt voldaan aan de generieke milieuwetgeving, zijn hervestiging (op een bestaande agrarische bedrijfslocatie) en uitbreiding van grondgebonden of niet-grondgebonden veehouderij binnen de bestaande bouwpercelen en bouwrechten mogelijk. Binnen randvoorwaarden is toepassing van ruimte-voor-ruimte op de kavel en functieverandering van agrarische en niet-agrarische bedrijfsgebouwen in het NNN toegestaan. Zowel bij ruimte-voor-ruimte als bij functieverandering van agrarische bedrijfsgebouwen moet ontstening optreden. De algemene ruimtelijke randvoorwaarden voor deze regelingen zijn van toepassing. Binnen het NNN is het belangrijk dat de terugbouw van een woning plaatsvindt op zodanige wijze dat natuur en landschap zo veel mogelijk worden versterkt. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op agrarische gronden en bedrijven, die afwijken van het normale agrarische gebruik of niet in overeenstemming zijn met de bestaande rechten, moeten worden afgewogen op basis van het ‘nee, tenzij’-regime. Het gaat hierbij bijvoorbeeld ook om een uitbreiding van het bouwblok. Bij het nee tenzij-regime wordt bezien of de nieuwe ontwikkeling gevolgen heeft voor wezenlijke kenmerken en waarden. Als de grond een agrarische bestemming heeft gaat het alleen om de aanwezige waarden, niet om de potentiële waarden.

Ontwikkelingen in de nabijheid

Het is mogelijk dat bepaalde ontwikkelingen die zich buiten het NNN begrenzing afspelen, een significant schadelijk effect hebben op natuurgebieden binnen het NNN. Het gaat dan bijvoorbeeld om kleinere gebieden, die door de geringe omvang kwetsbaar zijn voor verstoringen van buitenaf. Er is vaak veel geïnvesteerd om deze elementen aan te leggen en zij spelen een cruciale rol in het verbinden van grotere natuurgebieden. Ook kan het gaan om gebieden die gevoelig zijn voor ingrepen in het hydrologische systeem of voor sterke toename van licht (afname van donkerte), geluid of betreding. Ontwikkelingen in de nabijheid vallen niet onder het nee tenzij-regime van het NNN, soms wel onder andere regels: als verdrogingsgevoelige natuur aan de orde is of als het nabij N2000-gebied is. Uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening vragen we gemeenten te grote aantastingen van dichtbij gelegen NNN-gebieden te voorkomen.

Gebiedsprojecten

Realisatie van het NNN vindt plaats via gebiedsprojecten waarin meerdere opgaven moeten worden gerealiseerd. Het gebiedsproces Binnenveld behoeft een nadere toelichting. Het Natura2000-gebied Hel en Blauwe Hel maakt onderdeel uit van het Binnenveld. In het Akkoord van Utrecht is voor het Binnenveld afgesproken dat 10 ha. plus een nog nader te bepalen aantal hectares wordt gerealiseerd (de zogenaamde ‘p.m. post’) Over de uiteindelijke omvang van het in het Binnenveld te realiseren areaal NNN wordt een gewogen besluit voorbereid door de Stuurgroep Binnenveld, met inachtneming van wettelijke kaders. Als het in het Binnenveld te realiseren areaal groter is dan 10 ha., zal het meerdere in mindering worden gebracht op andere gebieden in de NNN, waarbij de totale omvang van de nog te realiseren NNN op 1506 ha gehandhaafd blijft. Een dergelijk besluit wordt genomen in overleg met de partijen die bij het Akkoord van Utrecht betrokken zijn.

Verdrogingsgevoelige natuur

Voor ontwikkelingen in de nabijheid van het NNN vragen wij de gemeente om het effect op wezenlijke kenmerken en waarden van de kwetsbare elementen te beschouwen. Het gaat daarbij onder andere om verdrogingsgevoelige gebieden die in het NNN liggen. Het betreft een aantal typen natuur dat bijzonder kwetsbaar is voor veranderingen in het grondwater, zowel wat betreft de grondwaterstand als de grondwaterkwaliteit. In de afgelopen jaren zijn in het kader van het TOP- en subTOP-beleid door waterschappen en provincie veel maatregelen uitgevoerd om de situatie in verdroogde gebieden te verbeteren. De zorg voor een goede hydrologische toestand van de natuur is een reguliere taak van de waterschappen en krijgt aandacht in hun waterplannen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die (in)direct een significant nadelige invloed hebben op de grondwaterstand en/of waterkwaliteit van verdrogingsgevoelige typen natuur, moeten binnen het NNN worden afgewogen op basis van het ‘nee, tenzij’-regime. Daarbuiten vragen we van gemeenten (en waterschappen) te voorkomen dat schade ontstaan aan verdrogingsgevoelige natuur. Voor inzicht in de verdrogingsgevoelige natuur verwijzen wij naar de beheertypenkaart van het Natuurbeheerplan. De kaart is te vinden op de site van de provincie https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/natuurbeheer/. Hierin staan de actueel aanwezige typen natuur. Als verdrogingsgevoelige natuur zijn aangemerkt de beheertypen Veenmosrietland en moerasheide, Trilveen, Nat schraalland en Vochtig hooiland. Daarnaast zijn alle Habitatrichtlijngebieden en de huidige Beschermde Natuurmonumenten als verdrogingsgevoelig aangemerkt (met uitzondering van de aan de boezem liggende Oeverlanden en Kamerikse Nessen). In en rondom Natura 2000-gebieden geldt op grond van de Wet Natuurbescherming een verplichte toets op schadelijke handelingen, waaronder handelingen met gevolgen voor het grondwater. In deze gebieden kan verdrogingsgevoeligheid ook op andere beheertypen betrekking hebben.

Militaire oefenterreinen

In de provincie liggen twee belangrijke militaire oefenterreinen: de Leusderheide en de Vlasakkers. Deze terreinen hebben belangrijke natuurwaarden, mede dankzij het zorgvuldige beheer door het Ministerie van Defensie, dat mede op het behoud van deze natuurwaarden is gericht. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft echter aan, dat deze terreinen geen onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Volgens het Rijk verdraagt het militair gebruik zich niet met de status van NNN en het daaraan verbonden beschermingsregime. Zoals ook in de toelichting van het Barro wordt erkend, dragen deze terreinen door hun omvang, ligging en natuurkwaliteit echter wel nadrukkelijk bij aan het functioneren van het NNN. Wij hebben deze terreinen daarom aangeduid als militair oefenterrein met natuurwaarden. De terreinen maken formeel geen onderdeel uit van het NNN, zoals deze in de PRS en in PRV is begrensd. Ter plekke geldt dan ook niet het zogenaamde nee, tenzij-regime. Mocht dat gebruik op termijn beëindigd worden, dan zullen wij beide terreinen toevoegen aan het NNN.

 

Realisatie

Provinciaal belang Beschermen en ontwikkelen van soorten en van een robuust netwerk van natuur.
Provinciale rol Reguleren, stimuleren, participeren
Reguleren (PRV) Gemeenten nemen in bestemmingsplannen regels op ter bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (artikel 2.4 Natuurnetwerk Nederland).
Stimuleren
  • Overleg: Bij gemeenten aandacht vragen voor voorkomen of aanpassen van ontwikkelingen in nabijheid van het NNN die effecten kunnen hebben op het NNN.
  • Overleg: Bij gemeenten (en waterschappen) aandacht vragen voor voorkomen of aanpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in of bij gebieden met verdrogingsgevoelige natuur.
  • Ontsluiten informatie: website met de interactieve NNN-wijzer (omgaan met nee, tenzij) en waarin een viewer opgenomen is met de zogenaamde signaleringskaarten.
Participeren Gebiedsgerichte aanpak voor gezamenlijke kwaliteitswinst van natuur en recreatie in het NNN, gericht op het functioneren van dag- en verblijfsrecreatieterreinen in het NNN.